
Verspreiding van de Medaille
De biechtvader van Catherina blijft
sceptisch na dat nieuwe verhaal, hij gelooft nog altijd dat het van de kant van de jonge
novice een uitwerking is van haar verbeelding.
Opnieuw worden dezelfde dingen
gezegd en getoond aan Catherina; zij dringt aan: " De Heilige Maagd is niet
tevreden."
Enige weken later heeft har
biechtvader, verontrust door de aandrang van zijn penitente, een onderhoud over dit
onderwerp met Monseigneur de Quélin, Aartsbisschop van Parijs. Deze vindt er niets in dat
tegenstrijdig is met het Geloof en staat toe dat de Medaille geslagen wordt. In mei 1832
worden de eerste verspreid. Al gauw spreekt men over talrijke genezingen en bekeringen.
In een herdelijke brief spoort
Monseigneur de Quélin de gelovigen aan de Medaille te dragen, die door het gelovige volk
" Wonderdadige Medaille" wordt genoemd.
Deze Medaille werd onmiddelijk
door de gelovigen
"Wonderdadig" genoemd
daardoor getuigden zij er van dat de Medaille een teken is van de Moederlijke bescherming
van Maria.
Christus houdt van ons.
Wij zijn in Christus, kinderen van
God.
Maria is de weg van dit goede
nieuws.