|
Tre Fontane: 12 April 1947 De ziener van Tre Fontane, Bruno Cornacchiola, werd geboren op 9 mei 1913. Toen hij 33 jaar was, op 12 april 1947, verscheen Maria aan hem. Hij was van arme komaf en was katholiek opgevoed. Het geloof speelde een minimale rol in zijn opvoeding dus was hij niet echt goed onderricht. Na vervulling van zijn militaire dienstplicht (23) trouwde hij met Iolanda Lo Gatto. Om in zijn levensonderhoud te voorzien, bessloot hij te gaan vechten aan de zijde van de Nationalisten in de Spaanse burgeroorlog. Toen hij in Spanje
was, kwam hij in aanraking met een protestantse
Duitser, die hem ervan overtuigde dat de Roomse kerk er de oorzaak van was
dat de wereld zo ziek was. Bruno ontwikkelde een ongekende haat jegens de katholieke kerk en zwoer dat hij de paus zou vermoorden. Hij zette zijn idee kracht bij en kocht in Spanje een dolk. Op het heft kerfde hij de woorden “dood aan de paus” Zijn vrouw was niet blij met zijn protestantse geloof. Bruno begon haar te mishandelen. Hij vernielde ook alle katholieke dingen in en rond het huis. Op een gegeven moment besloot Bruno om zich aan te sluiten bij de protestante kerk van de adventisten in Rome. Hij probeerde ook zijn vrouw over te halen om zich ook bij deze kerk aan te sluiten. Ze ging in op zijn voorstel maar had een voorwaarde. Bruno moest maken de negen eerste vrijdagen van de devotie. Als hij daarna nog vastberaden was, zou ze hem volgen. Iolanda was ervan overtuigd dat God hem de juiste weg zou wijzen. Na negen maanden was Bruno nog altijd vastberaden en dus volgde Iolanda hem zoals ze had beloofd. Van 1939 tot 1947 werkte Bruno als tram conducteur in Rome. Zijn gezin was inmiddels uitgebreid met drie kinderen, twee jongens en een meisje. Ongelukkiger wijze bleef Bruno zijn vrouw mishandelen wat zijn weerslag had op het hele gezin. Intussen was hij een overtuigd communist geworden en was nog altijd vastberaden om de paus te vermoorden. Op de zaterdag na Pasen,12 april 1947, maakte hij zich gereed voor een middagje uit met zijn kinderen. De zondag erna zou hij een antikatholieke en tevens een anti Maria toespraak houden. Hij wilde zich voorbereiden op de speech en nadenken over wat hij zou gaan zeggen. Diezelfde zondag was ook de dag van de “goddelijke genade”. Op de “vooravond” van dit feest verscheen Maria aan hem. Het middagje met zijn kinderen begon met een ritje met de bus naar Tre Fontane. Hier was een winkeltje dat behoorde bij het trappisten klooster en befaamd was om zijn heerlijke chocolade. Eenmaal daar aangekomen, moesten ze wachten tot de winkel zou openen. Bruno nam een plaatsje in de schaduw en dacht na over zijn toespraak. Zijn kinderen speelden met een bal op een stukje brakke grond in de buurt. Terwijl hij zijn toespraak overdacht, werd hij plotseling opgeschrikt door het geschreeuw van zijn kinderen die hun bal kwijt waren. Terwijl hij zijn kinderen hielp met zoeken, bemerkte hij dat zijn jongste zoon, Gianfranco, ook zoek was. Bruno ging op zoek en vond hem in een kleine grot. Gianfranco zat daar geknield, met een glimlach op zijn gezicht, zijn handen gevouwen en sprak bij herhaling de woorden: “Oh wonderschone dame, Oh wonderschone dame”. Bruno begreep niets van wat er gebeurde en riep zijn anderen kinderen, Isola en Carlo, bij hem. Toen de kinderen de grot betraden zagen zij “de Wonderschone dame”. Alle drie de kinderen waren in trance en namen geen notie van wat Bruno tot hen riep. Bruno werd bang en wilden ze uit de grot halen. Toen hij zijn kinderen probeerde op te tillen en bleek dat hij ze met geen mogelijkheid van hun plaats kreeg. Hij was radeloos en riep uit” God help ons” Op dat moment zag hij twee doorzichtige handen die zijn gezicht aanraakte en zijn ogen afdroogde. Dit ging gepaard met pijn. Hij zag een klein licht in de grot dat langzaam stralender en helder werd. Een gevoel van grote blijdschap en opgewondenheid vulde hem van binnen. Uiteindelijk zag hij “de wonderschone dame” die naar hem keek met een moederlijke maar verdrietige blik.. De “wonderschone dame” droeg een witte jurk met daarover heen een groene mantel. Om haar middel droeg ze een roze gekleurde sjerp. In haar handen, tegen haar borst, hield ze een, asgrijs, gekleurd boek. Aan haar voeten zag hij een crucifix, kapot gevallen en liggend op een zwart stuk stof. Maria maakte zich bekend met de naam “de Maagd van de openbaring” en sprak (gedurende anderhalf uur) langzaam en ritmisch tot Bruno. Achteraf kon Bruno zich elk woord dat ze dame tot hem gesproken had herinneren. De kinderen die de dame ook hadden gezien konden geen woord volgen van wat ze tot Bruno gezegd had. Wel zagen ze (aan het bewegen van haar lippen) dat de dame tot Bruno sprak. Tot Bruno sprak ze de volgende worden: “Ik ben haar die verbonden is met de Heilige Drie-eenheid. Ik ben de Maagd van de openbaring. Je hebt mij vervolgd. Nu is het tijd om te stoppen. Kom en voeg je bij “de Heilige kudde”, welke de hemelse hofhouding op aarde is. Gods belofte is onveranderlijk en zal stand houden. De eerste negen vrijdagen ter ere van het Heilige Hart, waartoe jouw vrouw, in goed vertrouwen (in God) je heeft overgehaald, met als doel te kijken naar de wegen (van de leugen) die je hebt bewandeld, hebben je gered." Ze gaf hem de volgende raad: Leef volgens de regels van God. Leef als een christen en leef in dienst van het geloof. Bidt het “weesgegroet” met het besef, vertrouwen, vol geloof en de liefde als gouden pijlen die recht naar het hart van Jezus gaan. Bidt veel en bidt bij herhaling de Rozenkrans voor de bekering van de zondaars, ongelovigen en alle christenen." Maria vertelde Bruno met volgende woorden over de toekomstige bekeringen en genezingen: “Ik beloof je een speciale dienst. De zondige aarde van deze grot zal door mij grote wonderen ten behoeve van de bekering van ongelovigen en zondaars voortbrengen." De grot had een slechte reputatie en stond bekend als een plaats van immoraliteit. Maria sprak over toekomstige problemen: “De wetenschap zal God ontkennen en zijn roep ter zijde leggen”. Ook sprak ze over haar opneming in de hemel: “Mijn lichaam kon en mocht niet vergaan tot stof. Ik werd opgenomen in de hemel door mijn zoon en de engelen.” Een geheime boodschap voor de paus werd aan Bruno meegegeven: “Ga naar de Heilige Vader, de paus, de hoogste zielen herder van het christendom en vertel hem persoonlijk mijn boodschap. Breng dit bij hem onder de aandacht. Ik zal je vertellen hoe diegene kunt herkennen die je zal vergezellen in je ontmoeting met de paus." Met deze laatste boodschap en met een glimlach naar Bruno en zijn kinderen verdween Maria. Bruno was verbijsterd en geheel van de kook. Zijn kinderen daarentegen waren opgewonden toen ze gezamenlijk op weg gingen naar de trappisten kerk om hun dank gebed te doen. Alvorens ze naar huis gingen, brachten ze nog een bezoek aan de grot. Verbaasd over het vuil waarmeet de bodem van de grot bedekt was. Bruno maakte een plek vrij en kraste met zijn huissleutel de volgende boodschap in de vloer: “Op 12 april 1947 verscheen hier in deze grot “de Maagd van de Openbaring” aan de protestant, Bruno Cornachiola en zijn kinderen, en bekeerde hen.” Bruno vroeg zijn kinderen om niets over hun ervaring te zeggen. Dit verzoek was aan dovemans oren gericht want zodra zij thuis kwamen vertelden ze aan een ieder die het horen wilde wat ze hadden meegemaakt. Bij hun binnenkomst in hun huis kon nam Iolanda een heerlijke geur die hen omringde waar. Toen de kinderen naar bed waren vertelde Bruno alles aan zijn vrouw. Hij vroeg haar om vergiffenis voor zijn gedrag in de afgelopen periode. Conform het geen Maria hem had gewezen, vond hij een priester om het bij te staan, bij de terugkeer van het gezin naar de katholieke kerk.. Toen het verhaal van de verschijning zich verspreidde, kwam er een groeiend aantal pelgrims naar de verschijningsplaats. Ook werden diverse artikelen over de gebeurtenissen gepubliceerd. Zowel Bruno als zijn kinderen werden afzonderlijk, in langdurende sessies, door de politie ondervraagd. Deze konden geen opmerkelijke verschillen vinden in hun verklaringen. Maria verscheen nog enkele malen aan Bruno in de grot maar sprak niet tot hem. Met de snelle groei van het aantal pelgrims, werd er omwille van de toegankelijkheid en veiligheid een aantal bouwkundige aanpassingen gemaakt rond de grot. Tevens werd een madonna beeld dat Maria tijdens haar verschijning vertegenwoordigde, in de grot geplaatst. Op 05 oktober 1947 werd het beeld gezegend door paus Pius XII en meegenomen in een processie (waarbij een menigte van mensen aanwezig was) van het St Pietersplein naar de grot van Tre Fontane.
De Kerk: De lokale kerkelijke autoriteit stelde ook een onderzoek in naar de verschijning en de ontstane cultus rond “de maagd van de Openbaring”. Sneller dan gewoonlijk werd er goedkeuring gegeven voor de verering van Maria, het houden van de Mis en de viering van de eucharistie, door het vicariaat van Rome. De ontmoeting met de paus: Twee jaar na de verschijning,op 9 december 1949, maakte Bruno deel uit van een groep, die uitgenodigd was, om samen met Pius XII de rozenkrans de bidden. Het gebed vond plaats In de privé kapel van de paus en was ter ere van het begin van, de viering, van het Heilige Jaar 1950. Na afloop van het gebed vroeg de paus of er iemand was die nog een woord tot hem wilde spreken. Bruno kwam onmiddellijk naar voren en knielde aan zijn voeten. Met tranen in zijn ogen liet hij de dolk, waarmee hij de paus wilde vermoorden, en de protestantse bijbel zien. Hij smeekte de paus om vergeving die hem zonder aarzelen werd geschonken. In feite was de paus alreeds 12 jaar bekend met hetgeen er te gebeuren stond. In 1937 had de paus, toen nog kardinaal, een ontmoeting met een vrouw, aan wie Maria verschenen was in grot van Tre Fontane. Maria had de vrouw verteld dat ze terug zou keren naar grot van Tre Fontane om een man te bekeren die de paus wilde vermoorden. Deze vrouw vertelde dat hijzelf toen nog Kardinaal Pacelli, deze paus zou zijn. Zijn reactie was voorzichtig en hij reageerde met de woorden als dat hij zou wachten en zien wat er zou gebeuren. In 1939 werd Eugenio Pacelli zoals gezegd Paus Pius XII. Gelet op voorgaande, is het begrijpelijk dat de goedkeuring betreffende de verering van “Maria” e.d. in Tre Fontane zo snel gegaan is. Het beheer van de grot werd in 1956 overgedragen aan de Franciscaner broeders. Hen werd opdracht gegeven om een kapel te realiseren ter uitbreiding van het heiligdom. Tre Fontane werd bijzonder bekend dat diverse kerkelijke hoogwaardigheidbekleders naar de grot kwamen om te bidden. Toch is de verschijning van Maria, aan Bruno, in Tre Fontane nog steeds niet kerkelijk officieel erkend. Een en ander heeft te maken met Bruno zelf. In zijn biografie is hij volgens de onderzoekscommissie niet helemaal oprecht geweest. Ook zijn claim (in 1987)van nog eens 28 verdere verschijningen, het apocalyptische karakter van de boodschappen en diverse voorspellingen die nog niet zijn uitgekomen, hebben de definitieve beslissing om trend de echtheid van de verschijningen vertraagd. Deze gang van zaken lijkt in bepaalde opzichten veel op het verhaal van Melanie in La Salette. Haar oorspronkelijke ervaring en de verklaringen van haar werden als betrouwbaar beschouwd. Echter gebeurtenissen jaren later, wierpen een ander licht op de zaak. Wonderen en genezingen: Vele wonderen en genezingen zijn gemeld. Aan de aarde in de grot wordt geneeskrachtige werking toegewezen. Zo is een priester die in Rome verbleef en aldaar ernstig ziek (de dood was nabij)werd, genezen van een ernstige vorm van meningitis. |
Verschijningen I Webcams I Forum I Links I Reizen I Gastenboek I HOME I Contact I Nieuws I Shop I Gebeden