St Margaretha van Cortona

 

Margareta werd geboren in Laviano in Toscane in 1247; 
gestorven in Cortona, 22 Februari, 1297. 
Op 7 jarige leeftijd verloor Margareta haar moeder en twee jaar later huwde haar vader een 
tweede keer. Tussen de dochter en haar stiefmoeder schijnt weinig sympathie of affectie te zijn 
geweest en als die er was dan kwam die van Margareta. 
Toen ze ongeveer zeventien jaar oud was, kreeg ze kennis aan een jonge ridder die, 
naar men zegt, een zoon van Gugliemo Di Pecora, Lord van Valiano. Op één nacht vluchtte ze samen met hem uit het huis van haar vader. 
Margaret in haar bekentenissen vermeldt de naam van haar minnaar niet. 
Negen jaar leefde zij met hem in zijn kasteel dichtbij Montepulciano, en ze kregen samen een zoon.
Vaak smeekte zij haar minnaar om haar te huwen. Maar hij kwam zijn beloften niet na. 
In haar bekentenissen zegt zij uitdrukkelijk dat zij onvrijwillig gehoor gaf aan de wensen van haar minnaar.
Diverse schrijvers noemen haar in deze vroege jaren een verlaten vrouw. Echter juist deze periode maakt  van haar bekering juist een mooi verhaal
Zelfs tijdens deze periode was Margareta zeer medelevend naar de armen en verlichtte hun lasten
Ze zocht graag de stilte op om van een deugdzaam leven te dromen en de liefde van God. 

Sommige van haar buren haar zeiden dat ze haar leven moest beteren alvorens het te laat was. Zij antwoordde dat zij geen vrees voor haar moesten hebben, omdat ze als een heilige zou sterven en dat haar critici als pelgrims aan haar heiligdom zouden komen. 

Zij werd uiteindelijk bevrijd van haar zondigeleven door de tragische dood van haar minnaar. 
Deze werd terwijl hij op een reis was, vermoord. 
Het eerste teken van zijn dood de terugkeer van zijn favoriete hond zonder zijn meester. 
De hond leidde haar naar zijn lichaam. Het was kenmerkend van haar grootmoedigheid dat zij 
zichzelf de schuld gaf van het onregelmatige leven dat haar minnaar leidde.
Ze begon haar schoonheid te verafschuwen die haar minnaar zo had aangetrokken.
Zij gaf zijn familie alle juwelen en het bezit terug dat hij haar had gegeven en verliet zijn huis.
Samen met haar zoon ging zijn naar het huis van haar vader. Haar vader wilde haar in huis nemen
maar zijn vrouw weigerde. Margareta en haar zoon gingen zwerven.
Ze voelde de verleiding om haar schoonheid uit te buiten en te verkopen, maar een innerlijke stem 
zei haar, tijdens haar gebeden, om naar de Francsicaner paters in Cortona te gaan. 

Bij haar aankomst in Cortona, boden twee dames, die haar eenzaamheid opmerken, haar hulp en namen haar mee naar hun huis. Zij introduceerden haar daarna bij de Franciscaner Fraters bij de kerk van Sint Franciscus in de stad. 

Drie jaar moest Margareta hard met verleidingen worstelen. 
Natuurlijk en puur van geest, voelde zij zich betrokken met de wereld. 
Maar de verleiding overtuigde haar meer van de noodzaak van zelf-discipline en een volledige 
toewijding van haarzelf aan het geloof. 
Soms leidde het berouw voor het verleden haar tot ernstige zelf-vernederingen. Ze liet zich leiden 
door de wijze raad van haar biechtvaders. Ze vastte streng en onthield zich van he eten van vlees.
In het algemeen leefde ze hoofdzakelijk van brood en kruiden. 

Na drie jaar van proef werd Margareta toegelaten tot de derde Orde van St. Franciscus. En leefde van toen af in strikte armoede. Ze stelde zich volledig in dienst van haar medemens en verzorgde de zieken en de armen. 
Het was in die periode dat de verschijningen en openbaring begonnen die het religiieus leven van Margareta kenmerkten.
In 1277 bad ze in de kerk van de Frnaviscaner pater toen zij een stem hoorde zeggen: "Wat is uw wens Arm kind?"
Ze antwoordde: "Ik zoek nog wens niets anders dan U mijn Heer Jezus". 
Dit was het begin van een intens en vertrouwelijk contact met de Here jezus. 
Hoewel ze meer en meer het leven leidde van een kluizenaar, was ze ook dienstbaar jegens haar medemens. 
Het is in deze periode dat zij ook de stigmata ontvangt.
Ze stichtte een ziekenhuis voor de zieke armen en om verpleegsters te leveren een derde orde 
voor zusters die bekend staan als de Poverelle. 
Ze richtte ook een broederschap op met de name OLV van Genade. deze verplichtte zich het ziekenhuis te ondersteunen en de behoeftigen te helpen.
Ze intervenieerde ook meerdere malen bij burgelijke openbare meningsverschillen. 

Tweemaal in gehoorzaamheid aan een Goddelijk bevel, verweet zij Guglielmo Ubertini Pazzi, Bischop van Arezzo, dat hij leefde als een militair en als seculaire prins, in plaats van als een predikant van zielen.
De Bisschop werd gedood in de slag bij Bibbiena in 1289. 
het jaar hiervoor was Margareta, omwille van de rust en stilte, weggegaan uit haar verlbijf in het ziekenhuis.
Ze nam haar intrek nabij de geruïneerde kerk van St. Basilius.
Ze zette zich in voor de restauratie van de kerk waar zij later werd begraven.
Na haar dood werd de kerk herbouwd in prachtigere stijl en werd gewijd aan Margareta. Hier ligt zij ongeschonden opgebaard in een zilveren schrijn bij het hoog-altaar.

Pas op 16 mei 1728 wordt Margareta heilig verklaard.

Sluit venster