|
Soufanieh
(Damascus Syrie) 1982
In mei 1982 traden Maria i Al Akbras
18 jaar (Myrna) en Nicolas Nazzour
in het huwelijk. Kort na hun huwelijk
beginnen er in het huis dat zij delen met de familie dingen te gebeuren. In
november vindt het eerste fenomeen plaats. Op de binnenplaats van het grote huis
heeft Myrna een schilderijtje neergezet dat zij gekocht had in Sofia
(Bulgarije). Een op een icoon geelijkende prentbriefkaart in kleur dat is
ingelijst in een goedkoop plastic lijstje. Op 27 november ontdekt men dat het
schilderijtje olie afscheidt. Druppelsgewijs komt er olie van het schilderijtje.
De olie wordt opgevangen in een albasten schoteltje dat met de olie wordt
gevuld. Enkele dagen later beginnen Myrna’s handen ook olie af te scheiden.
Dit gebeurde terwijl ze aan het bidden waren voor een zieke te weten de zuster
van Myrna’s echtgenote (Leila). Een fenomeen dat wetenschappelijk niet te
verklaren is schrijft prof Rene laurentin in een van zijn boeken.

Myrna begrijpt niet veel van wat haar
gebeurt maar ontvangt het als een geschenk dat volgens haar samengaat met een
dieper gaande zalving waarvan olie het symbool is. De olie wordt gebruikt om
zieken mee te zalven en diverse zieken zijn genezen na de zalving met deze olie.
Een tweetal getuigen zijn er van een
wonderbaarlijke genezing op 11 en 17 december 1982. Een vrouw genaamd Samir
Hanna ( een infarct en
hersenbloeding) en een andere vrouw Ghalya Armouche ( verlamming) genezen op
wonderbaarlijke wijze.

Myrna
en haar man door deze
gebeurtenissen duidelijk van hun stuk gebracht vragen zich af wat de Heer van
hun wil. Wat vraagt hij van hen.
In een gebed vraagt Myrna het
volgende:
“Oh God wat is er toch met de
olie? Ongetwijfeld uw goddelijke macht. Maar waarom hebt U mij uitgekozen, mij
zo’n zwak iemand, terwijl toch
duizenden Uw genade meer verdienen? Hoe het ook zij, Uw wil geschiede.
Nu bied ik U alles aan: alles wat ik doe , al mijn vermoeienissen,al mijn
verdriet en al mijn vreugde , om U daarmee te eren, niets anders, dat alleen. O
God , ik stel op U al mijn hoop. Laat ver van mij blijven iedere daad die in
strijd is met Uw wil.”
Op 15 december verschijnt Maria aan
Myrna die schrikt en wegrent.
Op 18 december om 23:37 uur
verschijnt ze wederom. Maria geeft Myrna de volgende boodschap die
een nieuwe uitstorting van de Heilige Geest aankondigt.
Tijdens de verschijning
zegt Maria het volgende:
"Mijn kinderen
weest God indachtig. God is met ons, God is bij ons. Jullie weten alles maar
jullie weten niets. Je kennis is onvolmaakt. De dag zal komen dat jullie alle
dingen zullen kennen, zoals God mij kent. Behandelt hen goed die jullie kwaad
doen en behandel niemand slecht. Ik heb jullie meer olie gegeven dan waar jullie
mij om hebben gevraagd. Ik zal jullie iets geven dat sterker is dan olie.
Kom tot inkeer en geloof. Denk aan mij in jullie blijdschap. Verkondig
mijn Zoon Emmanuel. Zij die hem verkondigen, worden gered. Zij die hem niet
verkondigen zijn geen ware gelovigen. Bemint elkander. Ik vraag jullie niet om
geld te geven aan kerken, ik vraag om naastenliefde. Zij die geld geven aan
armen en aan kerken maar de naasten liefde niet hebben , zijn zonder waarde. Ik
zal meer bezoeken brengen aan jullie huizen, want zij die naar de kerk gaan,
komen daar niet altijd om te bidden."
Op 8 januari 1983 verschijnt Maria
opnieuw aan Myrna op exact
hetzelfde tijdstip als de vorige keer. Deze keer zegt Maria niets maar huilt
slechts.

Op 21 januari 1983 roept Maria op tot
nederigheid en hoogmoed te vermijden. Maria vraagt Myrna
om de uitnodiging, die de volgende woorden bevat in haar geheugen te
griffen, ze steeds te herhalen.
"God, red mij en maak mij zalig,
Jezus verlicht mij, de Heilige Geest is in mijn leven. Daarom vrees ik niets en
niemand."
Hierna sprak Maria via Myrna een van
de aanwezigen aan. Maria sprak haar aan door “haar geestelijke zoon Joseph”
te noemen. Niemand van de aanwezigen begreep wat de betekenis hiervan was en
niemand kende iemand met de naam Joseph. Echter onder de aanwezigen was een
pater lazarist, Malouli genaamd. Deze was diep geraakt door de aanspraak van
Maria. Zijn officiële naam was namelijk Joseph. Hij liet aan de aanwezigen
weten dat hij Joseph heette en liet als bewijs zijn identiteitskaart zien. De
aanspreking door Maria was het antwoord op zijn vraag om een teken, opdat hij
zich niet met iets verkeerds in zou laten.
Op 24 maart 1983 bij de zesde
verschijning gaf Maria de volgende boodschap waarin ze opriep tot oecumenisch
denken en gebed.
“De Kerk is het
Koninkrijk der hemelen op aarde. Wie haar verdeeld heeft, heeft
gezondigd. Jezus heeft haar gesticht als een heel kleine gemeenschap. En toen
zij tot een grote gemeenschap is uitgegroeid, is zij verdeeld geraakt. Wie haar
verdeeld heeft , draagt de liefde niet in zich. Brengt haar weer bijeen. Bidt,
bidt,bidt. Wat zijn mijn kinderen mooi, als ze nederig zijn neergeknield! Weest
niet bevreesd: ik ben met jullie. Raakt niet onderling verdeeld, zoals de groten
en machtigen. Jullie zullen aan de generaties die na jullie komen, deze woorden
leren: eenheid liefde en geloof."
De stigmata:
Op vrijdag 25 november 1983 ontving
Myrna voor de eerste maal de wonden van Christus.
De stigmata manifesteert zich op de
hieronder beschreven wijze:
Het fenomeen stigmata openbaart
zichzelf bij Myrna van binnen uit het lichaam, van de gestigmatiseerde persoon, met het ontstaan van wonden (stigma’s). Het betref hier de
vijf wonden van Christus aangebracht voor en tijdens zijn kruisiging te weten
wijf wonden aan de handen, voeten, de
zijde en als zesde de wonden veroorzaakt door de kroon van doornen. De wonden
etteren niet en het bloed is zuiver. De stigmata gaat gepaard met intense
lichamelijke pijnen en psychisch lijden. Het komt hoofdzakelijk voor op dagen
waarop de herinnering aan het lijden van Christus wordt gevierd.
De eerste keer dat de stigmata zich
openbaart wordt zij bij Myrna vooraf gegaan door verscheidene symptomen:
Het verschijnen van een soort
ongevoeligheid en of eeltknobbel in het midden van de handpalmen, het openen van
de wond aan de linkerzijde van de romp, een aantal dagen
voordat de vijf wonden zich gelijktijdig openen.
De eerste maal openden de wonden zich
in de namiddag van die vrijdag en om 23:00 uur van die zelfde vrijdag, waren de
wonden verdwenen zonder ook maar een spoor van littekens achter te laten. De
wond aan haar linkerzij was klein
met een afmeting van 1,5 centimeter ( dit is onderzocht en waargenomen door een
acht tal wetenschappers).
De tweede keer dat de stigmata
verscheen was op donderdag 19 april
1984 (witte donderdag) om 15:30 uur.
De wond in haar zijde was diep. Pater
Malouli die de wond opmat, sprak over een afmeting van 10 centimeter.
Omstanders adviseerden om Myrna naar
het ziekenhuis te brengen om de wond te laten hechten. Nicolas reageerde hierop
helder en duidelijk met de woorden:
“Diegene die de wond heeft geopend,
zal hem ook weer sluiten.”
Om 23:00 uur was de wond gesloten en
zonder een litteken achter te laten verdwenen.
Op 16 april 1987 (witte donderdag)
openbaarde de stigmata zich voor de derde keer. De aanwezige paters Elias
Zahlaoui en Joseph Malouli waren getuige van het (voor de eerste keer op deze
plaats) ontstaan van wonden op het voorhoofd waaruit bloed spoot. De wond aan
haar zijde, opgemeten door een franse biologe, mevr
Geneviève Antakly, had een afmeting van 12 cm, en opende zich ongeveer
10 minuten na het ontstaan van de wonden op het voorhoofd. Twee chirurgen die
eveneens aanwezig waren, zagen de wonden ( op alle vijf plaatsen), verklaarden dat de wond in de zij de volgende dag zonder
medisch ingrijpen verdwenen was. De overige wonden die nader onderzocht, en aan
een aantal tests onderworpen, werden waren na enkele dagen genezen,
zonder enige medische behandeling. Noch desinfectie noch verbandmiddelen
werden aangebracht op de ontstane wonden. Ze genazen vanzelf zonder enig spoor
achter te laten, verklaarden de beide artsen.

Op witte donderdag 1990 manifesteerde
de stigmata zich in een drietal fasen:
11:14 uur
de wonden op het voorhoofd.
13:26 uur de wonden op de handen en
voeten
13:31 uur de wond in de zijde
(afmeting 12 cm)
De
laatst bekende openbaring van de stigmata vond plaats op 12 april 2001. Hierbij
waren buiten de twee paters Zahlaoui en Malouli nog drie andere getuigen
aanwezig.
Opmerkelijk is dat de stigmata a
zich, met uitzondering van de eerste keer, manifesteren op dagen van de jaren
waarin de Grieks-orthodoxen en katholieken op een en dezelfde dag het paasfeest
vieren, te weten in 1984, 1987,1990
en 2001.
De visie van de kerk en de
onderzoeken:
In Syrië en met name Damascus zijn
een aantal christelijke stromingen aanwezig, te weten, Grieks-orthodox,
Syrisch-katholiek, Grieks-katholiek
en rooms-katholiek. Over het
algemeen neemt de rooms-katholieke kerk een afwachtende houding aan en is
voorzichtig met het uitspreken van enig oordeel. De Syrische patriarch is wel geïnteresseerd
maar kan niets aanvangen met het fenomeen daar de zieneres niet onder zijn
competentie vallen, daar Myrna en Nicolas niet tot zijn gemeenschap behoren. De
Grieks-katholieke patriarch bemoeit zich eveneens niet met de zaak daar deze
kerk zich beroept op het oecumenische principe. Nicolas is Grieks-orthodox en
dus behoort het gezin tot die gemeenschap. Het grieks-orthodoxe gezag heeft
enige tijd interesse gehad voor de fenomenen. Het schilderijtje waarmee alles
begon werd onder grote belangstelling overgebracht naar de kerk van het Heilige
Kruis. Echter toen bleek dat (net als in Naju) het schilderijtje ophield met het
afscheiden van olie, werd het in stilte (in een plastic tasje) teruggebracht
naar het huis van Myrna en Nicolas. Overigens begon het na thuiskomst wederom
olie af te scheiden. De mensen zochten verklaringen voor het feit dat het
schilderijtje was opgehouden olie af te scheiden. Een van de verklaringen is
gelegen in een van de boodschappen van Maria die luidde:
“Ik vraag niet om geld te geven
aan de kerken…., ik vraag liefde."
Rondom het miraculeuze schilderijtje
stonden in de kerk diverse offerblokken wellicht heeft dit er iets mee te maken.
Dit feit heeft Myrna en Nicolas doen besluiten om een bord op te hangen met het
opschrift dat het verboden is om ook maar een centiem te schenken.
Wat betreft de stigmata, hiervan is,
bij de eerst keer, de Grieks-orthodoxe aartsbisschop ( Mgr Stephanos Haddad)
getuige geweest. De tweede keer was de Syrisch-katholieke bisschop (Mgr Joseph
Mounayer) aanwezig.
De onderzoeken:
Onderzoeken naar het fenomeen zijn
gelet op de nogal complexe situatie in Damascus, van buitenaf onder strenge
omstandigheden en voorwaarden uitgevoerd. Zo heeft de politie het schilderijtje
uit elkaar gehaald en het huis en de omgeving met peilapparatuur onderzocht. Bij
deze actie werd het schilderijtje beschadigd.
Artsen die Myrna onderzocht hebben
stellen vast dat het lichaam van Myrna onmogelijk olie zou kunnen voortbrengen.
Er is dus geen enkel bedrog aantoonbaar.
Op psychologisch vlak is ook geen
enkele afwijzing dit het hier om hallucinaties of andere psychische aandoeningen
zou kunnen gaan. Myrna wordt afgeschilderd als een gewone doorsnee vrouw die
ondanks haar mystieke gaven geen enkele gedragsverandering heeft ondergaan en
nog immer dicht bij het leven
staat.
Over de stigmata kan worden gezegd
dat deze door diverse artsen is onderzocht. Ook pater Nicholas Baalbaki een
chirurg en tevens een Grieks-orthodoxe priester was aanwezig, getuige van het
ontstaan van de stigmata en heeft de wonden onderzocht.
Ook prof Laurentin, expert op het
gebied van verschijningen en verwante
fenomenen heeft onderzoek gedaan naar de verschijningen en fenomenen in
Damascus. In zijn boek, getiteld “Meer
verschijningen van Maria inde wereld van nu (1990), onderschrijft hij het
merendeel van de conclusies en noemt de vruchten van de cultus rond Myrna
opmerkelijk en in overeenstemming met de geloofsleer.
Pater Malouli staat niet negatief
tegenover het gebeuren rondom Myrna maar hij neemt zoals van hem verwacht mag
worden geen officieel standpunt, in en laat dit over aan de kerkelijke
autoriteit.
terug naar boven
|