
De jood en de Wonderdadige Medaille.
Op zijn eenvoudige grafsteen staat gebeiteld: O Maria, wees Uw kind indachtig Zoete en
heerlijke zegepraal Van Uw liefde
Ratisbonne en de Medaille
Over de werking van deze medaille is veel verteld. Eén van de bekendste beschrijvingen is
die van Alphonse Tobie Ratisbonne; een man van rijke Joodse afkomst. Hij was atheïst en
had het geloof afgezworen. Het verachtte zijn broer, die katholiek en naderhand zelfs
priester was geworden. Hij haatte de kerk en de geestelijkheid. Die Ratisbonne kruiste in
1842 het pad van baron De Bussières, een Fransman, die protestants was opgevoed, maar tot
het Rooms-katholieke geloof was overgegaan. Deze De Bussières zag het als zijn taak elke
ongelovige, die zijn levenspad kruiste, tot het R.K. geloof te bekeren. Hij en Ratisbonne
werden bevriend, maar Ratisbonne's sarcastische woorden en godslasteringen irriteerden hem
mateloos. De baron ging een weddenschap aan met Ratisbonne, dat laatstgenoemde de
wonderdadige medaille niet durfde dragen. De baron vroeg ook aan Ratisbonne om elke dag
een bepaald gebed te bidden. Hierop werd Ratisbonne erg kwaad. Maar de baron hield voet
bij stuk. Ratisbonne deed de wonderdadige medaille om en zei spottend: "Nu ben ik
rooms". Toen de baron op een dag de uitvaart van een vriend ging regelen in de
basiliek St. Andrea delle Fratte in Rome, vroeg hij Ratisbonne voor in de kerk op hem te
wachten. Toen de baron terugkwam, zag hij Ratisbonne op zijn knieën liggen. Deze aanblik
ontroerde de baron zo, dat hij in snikken uitbarstte. Het eigen verhaal van Ratisbonne:
"Nauwelijks was ik in de kerk, of een ontzettende verwarring greep mij aan. Ik had
mijn ogen opgeslagen, de hele kerk was verdwenen. Eén kapel alleen was hel verlicht, en
in de stralen verscheen, staande op het altaar, schitterend, vol majesteit, de H. Maagd,
zoals zij op de wonderdadige medaille is afgebeeld. Een onweerstaandebare kracht dreef mij
naar haar toe. Zij gaf mij een teken te knielen. Ze zei niets, maar ik had alles
begrepen". Hij nam de wonderdadige medaille in zijn hand en riep vol verrukking:
"Ik heb Haar gezien, ik heb Haar gezien!" Wat had hij begrepen? Hij had
begrepen, dat het katholieke geloof, waar hij niets van wilde weten, waar hij steeds mee
spotte en misprijzend om lachtte, dat juist dit het ware geloof was dat hem ten hemel zou
leiden. Hij, de jonge hoogmoedige Israëliet, had begrepen, nadat de Heilige Maagd hem met
slechts een enkele handbeweging op de knieën had gedwongen, hem in het stof had doen
neerzinken en hem tot de enige ware kerk leidde. Ratisbonne liet zich Rooms Katholiek
dopen, communiceerde en werd in 1847 priester van een kerk, die hij eens zo gehaat had.
Hij ging als jezuïet naar het Heilige Land en stichtte daar in 1855 een klooster van Onze
Lieve Vrouw van Sion te Jeruzalem op precies dezelfde plek waar het huis van Pilatus eens
stond. Op 6 mei 1884 overleed hij te Ain Karim.
Ratisbonne heeft nog wel getracht in contact te komen met Catherina Labouré, maar dat is
hem nooit gelukt, omdat de zuster werd afgeschermd tegen de buitenwereld. Op een
gedenksteen bij de kapel van de verschijning leest men: "Hij kwam hier als een
verstokte Jood. De maagd verscheen hem ....Hij viel neer als een Jood en stond op als
Christen". Indien een enkele blik van de Heilige Maagd zoveel macht heeft, dat Zij de
geest kan verlichten en in een oogwenk het hart van een ongelovige, verstokte zondaar, kan
vernieuwen. zullen dan Haar tranen (Siracuse 1953) niet in staat zijn zoveel Christenen,
die in de maalstroom van een egoistisch materieel leven, gebaseerd op zingenot, de schat
der genade hun door God verleend, verkwisten, te ontroeren en wakker te schuddeen? We
moeten profiteren, nu de Madonna opnieuw heeft gehuild en niet weerspannig blijven
tegenover Haar moederlijk ingrijpen.