
De verschijningen van de Moeder
van de Hoop
17 januari 1871
Het is tijdens de oorlog van 1870 met Duitsland. Frankrijk is er slecht aan toe. De
Duitsers rukken op naar Laval. In het dorpje Pontmain, 30 km ten Noorden van Laval, werkt
een boer nog wat in de schuur met zijn zoontjes Eugène en Joseph,12 en 10 jaar oud. Het
is al donker. Eugène gaat even naar buiten, om te zien hoe laat het is op de kerkklok.
Het is half 6. Hij kijkt nog wat naar de sterren en bemerkt een heel stuk aan de hemel
zonder sterren. Plotseling ziet hij daar boven het huis van Guidecoq, in het midden van
het dak, een prachtige Dame. Ze kijkt naar hem met een uitdrukking van fijngevoelige
goedheid en tederheid. Op zijn geroep komen Joseph en later ook vader naar buiten. Joseph
ziet de Dame ook. Zij heeft een lang blauw kleed aan, bezaaid met sterren van goud; een
zwarte sluier en een gouden kroon van 20 cm breed, waarover in het midden een rode
streep. Zij draagt ook blauwe schoenen en de handen zijn iets zijwaarts uitgestrekt. De
Heilige Maagd glimlacht voortdurend en blijft onbeweeglijk stil, tot ongeveer 9 uur. Dan
zijn de kinderen, parochianen en de pastoor allen toegestroomd. Pastoor Guérin begin met
zijn parochianen te bidden en natuurlijk is het eerste gebed: de Rozenkrans. Op dat
ogenblik wordt de Dame groter en de sterren vermenigvuldigen zich op haar kleed. Onder
Haar voeten ontrolt zich een verlichte banderol. De pastoor zet het Magnificat in. Er
verschijnen nu gouden letters op de banderol, èèn voor èèn, alsof ze door een
onzichtbare hand worden geschreven. De kinderen maken letter voor letter bekend, de tekst
luidt:
MAAR BIDT TOCH MIJN KINDEREN
Dan zegt de pastoor: "wij moeten de Heilige Maagd bidden, haar wil bekend maken"
en men bidt de litanie van de Heilige Maagd. Nu verschijnen op dezelfde wijze de woorden:
GOD ZAL U NA KORTE TIJD VERHOREN
Het vierde gebed is het "Inviolata". Men komt bij de woorden "O Mater Alma,
Christi Carissima" en tegelijkertijd verschijnen de woorden:
MIJN ZOON STAAT VOOR U OPEN
Het zesde gebed is: "Moeder van de Hoop". Dit is een traditioneel lied in
Pontmain, dat men graag met kracht zong: "Moeder van de Hoop, deze naam zo lief-
lijk, bescherm ons Frankrijk. Bidt. bidt voor ons". Dan wordt de glimlach van de
Heilige Maagd zo stralend. Zij heft de handen ter hoogte van de schouders, terwijl zij
even op het kleine rode kruisje wijst, dat zij op haar hart draagt. Het zevende gebed is:
"Mijn zoete Jezus" en dit is het moment, waarop vergiffenis geschonken wordt aan
de berouwvolle harten als men met het "Parce Domine" begint. Er komt een
uitdrukking van "lijden" op het gezicht van de Heilige Maagd. Er vormt zich een
kruisbeeld, dat Zij met beide handen vastpakt. Het kruis en de Christus zijn Rood. Bovenop
het kruisbeeld is een kleine witte balk, waarop met letters van bloed: "Jezus
Christus". Onderhand heeft de diepe droefheid van Maria zich uitgestrekt over de
menigte. Een ster maakt zich los van het firmament en steekt de vier kaarsen aan, die zich
rond de Heilige Maagd bevinden. Zij heeft Haar ogen op het Kruis gevestigd. Als de pastoor
dan het "Avé Maris Stella" doet klinken, verdwijnt het Kruis en neemt Maria
weer de houding aan van het begin. Twee kleine witte kruisjes staan nu als ingeplant op
haar schouders. De pastoor nodigt de mensen uit om het avondgebed te bidden. Langzaam komt
nu een witte sluier omhoog, die de verschijning bedekt en tenslotte is alles verdwenen. De
Duitse troepen trekken zich 20 km. terug en op 20 januari trekt generaal van Schmidt zich
definitief terug en op de 28e wordt de vrede getekend, dit is elf dagen na de
verschijning.