databank van bedevaartplaatsen wereldwijd

LAUS NOTRE DAME

onze lieve vrouwe van laus


Het dorpje Laus is gelegen in de Dauphiné, ten zuid-oosten van Gap in de vallei van Laus.De naam betekent in het plaatselijke dialect "meer"
In 1666 telde het gehucht niet meer dan twintig huishoudens verspreid over kleine hutten. 
De inwoners hadden een kapel gebouwd gewijd aan Maria Hemelvaart. Maria koos dit kleine oord om te verschijnen aan een nederig, ongeschoold meisje, Benoite Rencurel. Maria vroeg namens Jezus om het gebed voor de bekering van de zondaars.

Benoite was net als Melanie Calvat van Salette een eenvoudig herderinnetje. Ze wist wat lijden was, daar ze niet anders dan armoede had gekend. Haar vader overleed toen ze pas zeven jaar oud was. Benoite werd geboren in de maand september van het jaar 1647. Twee maanden later werd de heilige Margaretha Maria Alacoque geboren.
Door het overlijden van haar vader kwam het gezin dieper in de schulden en schuldeisers waren onverbiddelijk. De kinderen moesten werken om de schulden te voldoen en in het levensonderhoud te voorzien. 
Benoite was niet alleen een goede hulp voor haar moeder maar ook beschermde ze haar moeder die de kinderen gelovig opvoedde met "het onze Vader", "het wees gegroet" en "het Credo".

Op een dag zag ze hoe een paar mannen richting het huis van haar moeder gingen. Ze rende snel naar huis om haar moeder te waarschuwen. Ze sloeg een van de mannen van haar af, die het durfde haar geld te bieden voor onkuise diensten.
Tegen de tijd dat Benoite  twaalf  jaar was, kwam het gezin in nog slechter vaarwater.
Ze trad in dienst bij meerdere bazen en hoedde de schapen van hun tegelijkertijd. In deze tijd van ontberingen, bleef ze gelovig en bad ze veel, deed boete en bracht vele offers.
Op deze manier werd Benoite voorbereid op haar latere missie.

In mei 1664, toen ze 17 jaar oud was, bad ze de rozenkrans, een van haar favoriete bezigheden, terijl ze de kudde hoedde. Terwijl ze zo bezig was kwam er plotseling een oude man gekleed als een Bisschop naar haar toe die zei: "Mijn dochter wat doe je hier?"
Benoite antwoordde: "Ik hoed mijn schapen, ik bid tot God en zoek naar water om te drinken.".
De man antwoordde: "Ik zal je wat geven".

De man ging naar de rand van een bron die Benoite niet gezien had. 
"U bent zo mooi, bent u een engel of bent u Jezus?" Vroeg Benoite.
De man antwoordde: "Ik ben Maurice naar wie de kapel hier vlakbij is vernoemd.
"Kom niet meer naar hier want deze grond behoort aan anderen die je kudde van je zullen nemen."
"Ga naar de Vallei van St. Etienne toe. Daar zul je de Moeder Gods ontmoeten."
Benoite begreep het niet en zei verbaasd: "Maar hoe kan ik die nu zien. Ze is in de hemel."
De man antwoordde: "Ja, ze is in de Hemel maar ook op aarde als ze dat wil."

De volgende morgen vroeg leidde Benoite haar kudde naar de aangewezen plaats, die de Vallon des Fours werd genoemd. het was een plek waar de inwoners gips wonnen voor hun woningen. 

Benoite was net aangekomen bij de ingang van een kleine grot, toen ze een dame van onvergelijkbare schoonheid met een even zo mooi kind op haar arm zag. Ze was omgeven door stralen van licht. Benoite was sprakeloos door de aanblik.
Ondanks de voorspelling van de dag ervoor, was Benoite zich niet bewust dat ze in de aanwezigheid van de Moeder Gods was. 
In de veronderstelling dat ze een gewone  sterveling tegenonover zich had zei ze heel onschuldig: 
"Schone Dame wat brengt u hier? Komt u hier om Gips te kopen?"
Zonder op een antwoord te wachten voegde ze toe: Zou u ons dit kind willen geven het maakt ons zo vrolijk?" De Dame glimlachte zonder te antwoorden. 

Gecharmeerd en onder de indruk bewonderde Benoite de Schone Dame. Toen het tijd was om te eten nams ze een stuk brood en vroeg de dame of  ze ook wat brood wilde en samen met Benoite de maaltijd wilde gebruiken.

De dame glimlachte enkel en liet Benoite haar gade slaan en genieten van haar aanwezigheid. Zo nu en dan ging ze de grot en en dan kwam ze weer naar Benoite toe. 
Toen de avond viel nam ze het kind op haar arm en verdween in de grot. 

De volgende dag en de daarop volgende vier maanden, overpeinzde Benoite over de vreugde en de ornamenten van de hemel. 
Haar gezicht had een verandering ondergaan en straalde van vreugde dat ze met een iedereen die het wilde zien deelde. 
De mensen vroegen zich af of ze misschien de Heilige Maagd gezien had? Benoite zelf had hier niet bij stil gestaan en nooit naar de naam van de dame durfen vragen. 
Als voorbereiding op de vriendschap en de genaden, had de Heilige Maagd het herdersmeisje haar ziel geprikkeld met een onweerstaanbare aantrekkingskracht. 

Na twee maanden van stilte begon de dame te spreken, maakte haar tot leerling onderwees en teste haar en  moedigde Benoite aan. 

Door zich te aan te passen  tot het niveau van het ongeschoolde bergmeisje, en ware het niet dat de de goedheid van Maria geen grenzen kent, dan had niemand iets begrepen van de familairiteiten.

Met de goedheid en het geduld van een moeder, creerde ze het beeld van de toekomstige missie van Benoite. 
Het goed gelovige meisje was nog wel wat koppig en tamelijk ongeduldig.
Maar voordat de heilige Maagd haar naam zou onthullen, maakte ze eerst duidelijk wat de rol was die voor Benoite was weggelegd.
Nu het heilswerk ten behoeve van de bekering van de zondaars,door het gebed, offerbereidheid en de speciale gave die haar door God gegeven werd, het lezen van de zielen van mensen. 
Ze werd belast met de zware taak van het corrigeren van de zielen en het openen van hun droevigheid aan haar. 
Ze wees hen als het nodig was op de vergeten zonden, en de noodzaak om hun zielen te reinigen en zuiveren.

Een overdonderende bekering was veelal het resultaat van niet alleen de verschijning, maar ook de vooruitziende geest van de zieneres. 

Een van de werkgevers van Benoite was mevrouw Rolland. Ze was een vrouw die niets op had met het geloof en was er evenmin in geinteresseerd. Toch wilde ze wel eens zien wat er allemaal gaande was op de plaats van de verschijningen.

Op een dag nog voordat de zon was opgegaan, ging de bazin naar de grot en verborg zich daar achter een rots.
Maria vertelde Benoite dat haar meesteres zich verscholen had achter een rots en vroeg Benoite, tegen  haar meesteres te zeggen dat ze niet moest spotten met de naam van Jezus en dat er anders geen plaats voor haar zou zijn in het paradijs. Maria vertelde dat de meesteres zich moest bekeren en dat zij boete moest doen om haar ziel te redden. De meesteres die dit alles aanhoorde, beloofde met tranen in de ogen dat ze zich zou beteren. De meesteres hield haar woord.
Het nieuws van de verschijningen ging als een lopend vuurtje rond en overal werd erover gesproken.
Velen geloofde in wat er gebeurde, maar er waren er ook die zich belachelijk gedroegen en Benoite bespotten.
Benoite werd zelfs beschuldigd een valse mystica te zijn. 

Onder de vele mensen die Benoite steunden waren de meisjes van St. Stephan die, zoals haar toegewijd waren aan Maria met heel hun hart. Maria vroeg Benoite of ze aan de meisjes wilde zeggen dat ze iedere avond in hun kerk, met toestemming van de pastoor, de litanie van de Heilige Maagd moesten zingen.

Het is interessant erop te wijzen dat Laus ligt in het bisdom van Embrun. Sinds 1638, het jaar van de toewijding van Frankrijk aan Maria door koning Louis XIII, werd de Litanie van Loreto regelmatig in de kathedraal van Embrun gezongen.
Naar mate de berichten over de verschijningen steeds verder werden verspreid, nam François Grimaud, the magistraat van Avançon, goed Katholiek en integer mens, het initiatief om een onderzoek in te stellen. Na een gedegen onderzoek kwam hij tot de conclusie dat Benoite niemand misleidde en ook geen bedriegster was. Ook stelde hij vast dat zij niet mentaal ziek was. 
Hij merkte tevens op dat Benoite de dame niet had gevraagd haar identiteit te onthullen. 

Op verzoek van de magistraat, hoewel het haar persoonlijk veel moeite kostte,  voelde Benoite zich verplicht om te vragen: "Mijn goede Dame, ik en alle mensen die op deze plek zijn vragen wie U bent. Bent U niet de Moeder van onze Goede God? 
Wees zo vriendelijk het me te vertellen, en wij zullen hier een kapel bouwen ter ere van U ". 

De hemelse verschijning antwoorde dat er geen noodzaak was om iets te bouwen, omdat  ze had gekozen voor een meer aangename plek.
Zij voegde er nog aan toe: "Ik ben Maria, de Moeder van Jezus. U zult mij hier voor enige tijd, niet meer zien." 

Benoite zag haar hemels Lerares gedurende een volle maand niet meer. 
Dit maakte dat Benoite bedroefd en vol zorgen was dat zij dit zonder assistentie niet meer zou overleven.
Op 29 september 1664 aan de andere zijde van de stroom, halverwege de heuvel die naar Laus leidde, herkende Benoite de Heilige Maagd. 

"Oh, Goede Moeder!" riep ze uit.
"Waarom heeft U mij beroofd van de vreugde van Uw aanschijn voor zo een lange tijd" 

Ze doorwaadde de gezwollen stroom en wierp zichzelf aan de voeten van de Koningin van de Hemel. 
De Heilige Maagd antwoordde: "Van nu af aan, zie je mij alleen in de kapel in Laus." 

Maria toonde haar het pad dat omhoog ging en over de heuvel naar Laus, een dorp waarover het jonge meisje had gehoord, maar nooit bezocht. Ze woonde zelf in het dorp van St. - Étienne d'Avançon. 
In 1640, hadden enkele vrome bergmensen een kleine kapel, die gewijd aan OL Vrouw, gebouwd. 
De kapel lag diep in de eenzaamheid van Laus. 

Ze hadden het gebouwd met het oog op het verzamelen er te bidden om bij hoog water te voorkomen dat niet ze naar de parochiekerk in Saint-Étienne zouden kunnen gaan.
Het uitwendige van de kapel leek veel op de rest van de kleine huisjes. De kapel was iets meer dan 2 vierkante meter in oppervlakte. het had een kalkstenen altaar met twee houten kanderlaars en een ciborium.

Dat is waar de Koningin van de Hemel de jonge herderin verwachtte, als in een nieuwe stal van Bethlehem. 
Daar Benoite nog nooit van de kapel gehoord had zocht ze een lange tijd in tranen gehuld.
Ze stopte bij de ingang van ieder huisje en probeerde de zoete geur te ontdekken die ze zo goed kende.
Uiteindelijk werd ze de geur gewaar ging binnen en vond haar Schone Dame staand op een, met een dikke laag stof, altaar.

"mijn dochter je hebt me goed gezocht en had niet hoeven huilen. Het heeft mij goed gedaan dat je zo geduldig bent geweest." 

Benoite accepteerde nederig het compliment maar werd vervuld van droefheid toen ze zag in welke staat het altaar zich bevond.

"Eerbiedwaardige Dame sta mij toe mijn schort onder uw voeten te leggen. Het is schoon en erg wit."

"Nee.. Binnenkort zal het hier aan niets ontbreken. Noch aan gewaden, noch aan altaar linnen, nog aan kaarsen.
Ik wil dat er een grote kerk gebouwd wordt op deze plaats en ook een gebouw voor de inwonende priesters.
De kerk zal gewijd worden aan mijn Zoon en Mijzelf. Hier zullen vele zondaars tot inkeer komen.
Ik zal hier vaak tot je komen."

"Bouw een kerk!" , riep Benoite verbaasd uit. "Maak je geen zorgen als de tijd daar is zul je alles krijgen wat je nodig hebt. Het geld van de armen zal genoeg zijn. Het zal aan niets ontbreken."

In de winter van 1664- 1665 ging Benoite ondanks de afstand van vier kilometer, iedere dag de berg op naar Laus.
De Dame had gezegd tegen Benoite: "Ik heb mijn Zoon gevraagd om Laus voor de bekering van de zondaars en Hij heeft het me gegeven.

De woorden van de Moeder van God werden vervuld. Zodra het nieuws van de aanhoudende verschijningen zich meer en meer verspreidde, groeide het aantal bezoekers van Laus gestaag en  voortdurend. 

De genade en zegeningen stortte zich uit over de zielen; mensen kwamen bij honderden en duizenden om te bidden in de eenvoudige armoedige kapel. 
Genezing van allerlei ziekten en gebreken vonden plaats evenals de bekering van vele zondaars.

Op 25 maart 1665, minder dan een jaar na de eerste verschijning, kwam een immense menigte naar de eens zo verlaten kapel. 

Datzelfde jaar, op 3 mei het Feest van het Heilige Kruis, trokken vijfendertig parochies, te voet elk voorafgegaan door hun eigen vaandel.
Altaren en biechtstoelen moesten buiten de kapel worden geplaatst om aan de behoeften van het volk te voldoen.

Priesters uit de omgeving kwamen om Vader Fraisse, de pastoor van Saint- Étienne,een helpende hand toe te steken en van velen de biecht te horen. 
De bisschoppelijke autoriteit had nog niet de verschijningen voor authentiek erkend maar stond toe dat er de mis gevierd werd.

Dit is het moment waarop Pierre Gaillard, de Vicaris-generaal van het bisdom van Gap, ten tonele verscheen. 

Hij werd al snel benoemd tot de directeur van de bedevaart, en later schreef hij verschillende gezaghebbende dokumenten.
In 1665, was hij het die grote genade mocht ontvangen en juist hierdoor on- middellijk de verschijningen als authentiek verklaarde. Echter, Laus behoorde in die tijd tot het bisdom van Embrun. 

Na de aanbeveling van de verschillende priesters,schreef hij aan Vader Antoine Lambert, de Vicaris-generaal van het bisdom van Embrun, en verzocht dat hij een kerkelijke onderzoekscommissie te mogen leiden. 

Vader Lambert was een fel tegenstander van de verschijningen in Laus, en hij was niet blij te zien dat de bevolking de oude bedevaart naar Onze-Lieve-Vrouw van Embrun aan zich voorbij lieten gaan.
Hij was ervan overtuigd dat Benoite en de verschijningen van duivelse aard waren en dat ze een oplichtster was. Op 14 september 1665 kwam hij naar Laus in het gezelschap van enkele vooraanstaande priesters, die even grote tegenstanders waren van de gebeurtenissen in Laus. In de hoop een einde te maken aan "deze tovenarij," probeerden ze te bewijzen dat Benoite schuldig was aan een hetze, en wilden het sluiten van de kapel bewerkstelligen. 

Toen Benoite hoorde dat de vicaris en zijn gevolg er aankwamen, werd ze zo bang dat ze weg wilde gaan.
De Moeder Gods stelde haar gerust: "Nee, mijn dochter, je moet niet weglopen. Je moet blijven, voor deze kerkmensen. 
Zij zullen je ondervragen en proberen te vangen, met je eigen woorden. Maar wees niet bang. 
Vertel de Vicaris-generaal dat hij heel goed, God kan doen nederdalen uit de Hemel door de macht die hij kreeg toen hij priester werd, maar hij heeft geen commando's te geven aan de Moeder Gods. " 

Toen de Vicaris-generaal aankwam in Laus, ging hij de kapel binnen om kort te bidden, en vervolgens sommeerde hij het herders meisje om te komen. 

Bijgestaan door zijn collega's, ondervroeg hij Benoite vol trots, en probeerde een val te zetten door haarzelf tegen te laten spreken.

Ze bleef vastberaden en antwoordde hem met de eenvoud en de rustige zekerheid. 
Haar woorden waren duidelijk en verrassend bevestigend. 

"Denk niet dat ik hier gekomen om uw visioenen, illusies, en alle vreemde dingen die worden gezegd over u en deze plek, goed te keuren", zei de Vicaris-generaal tegen Benoite.
"Het is mijn overtuiging, net als die van ieder ander mens met gezond verstand, dat de verschijningen vals zijn.
De consequentie is dat ik deze kapel ga sluiten en de devotie zal verbieden. Wat jouzelf betreft, ik zeg je naar huis te gaan.

Benoite deed wat de Heilige Maagd haar had gezegd en antwoordde hem. Eerwaarde, hoewel u God kunt zeggen naar het altaar te komen iedere morgen, met de macht die u is gegeven als priester. Zo heeft u geen enkele commandos te geven aan de Heilige Moeder Gods.
Zij is hier en doet wat zij als goed beschouwt.

Onder de indruk van deze woorden, antwoordde de vicaris-generaal: 
"Goed als het waar is wat de mensen hier zeggen, bidt dan tot haar en vraag haar om de waarheid te tonen door middel van een teken of een wonder. Ik zal alles doen om aan haar wensen tegemoet te komen.
Maar weest gewaarschuwd dat u de mensen geen masker voorhoudt door middel van illusies , want dan zal ik je zwaar straffen en alles doen wat in mijn macht ligt om dit bedrog te beeindigen."

Benoite bedankte hem nederig en beloofde te bidden volgens zijn intenties. 
Vader Fraisse, de pastoor van Saint-Étienne, rechter François Grimaud en pater Pierre Gaillard werden ook ondervraagd. 

in plaats van het sluiten van de kapel, maakte hij een gedetailleerde inventaris en schreef een uitvoerige verslag van zijn pastorale bezoeken. 

Hij had het plan om Laus te verlaten die avond, maar zware onweer verplichtte hem om nog twee dagen te blijven. 
De Heilige Maagd had het zo geregeld, zodat hij getuige zou zijn van een opmerkelijk wonder. 
Een bekende vrouw uit de omgeving, genaamd Catherine Vial, leed al reeds zes jaar aan samentrekking van de zenuwen in haar benen.
Beide benen stonden naar achteren gebogen en het leek alsof haar hele lichaam vast zat. Haar ziekte was door twee vooraanstaande chirurgen als zijnde ongeneeslijk verklaard.
Ze was naar Laus gekomen om een noveen te bidden. Ze was vroom en standvastig en kroop de hele dag rond in de kapel.
Rond middernacht op de laatste dag van de noveen, voelde ze plotseling haar benen ontspannen en kon ze normaal bewegen. Ze was genezen. 

De volgende ochtend ging ze de kapel binnen op eigen kracht, terwijl de Vicaris-generaal de Mis opdroeg.
Haar aanwezigheid veroorzaakte commotie toen diverse mensen begonnen te roepen: "een wonder, een wonder!" Catherine Vial is genezen!
"geraakt en met tranen in zijn ogen droeg Vader Lambert de mis verder op. Vader Gailard die concelebreerde, schreef
"Ik ben een getrouwe getuige van alles wat heeft plaatsgevonden.

De Vicaris-generaal verklaarde, "Er is iets buitengewoons gaande in deze kapel. Ja, de hand van God is hier aanwezig
Vader Lambert ondervroeg de vrouw die was genezen en schreef een officieel verslag van het wonder. 

Hierna liet hij de mensen de kapel binnen en achtereenvolgens het te Deum en de Litanie van de Heilige Maagd zingen. 
Tevens benoemde hij twee jonge priesters, tot pastores in Laus: Vader Jean Peytieu, die zou sterven van uitputting op 94 jarige leeftijd en pater Pierre Gaillard, die zijn functie als directeur van de bedevaart voorbeeldig uitoefende gedurende vijftig jaar.
Pater Batholomeus Hermitte werd benoemd tot assistent, wat hij gedurende 28 jaar trouw heeft gedaan.

In de kleine kapel van Laus gebeurde het ene wonder na het andere en werd te klein. Ze had nauwelijks plaats voor twaalf mensen. 
Hoewel en geen middelen waren om de kapel te bouwen zoals Maria had gevraagd werd er toch enthousiast, en dan met name door de arme mensen, aan begonnen. Het oude koor van de kapel werd opgenomen ni het nieuwe plan.

Op 7 oktober 1666 werd de eerste steen gelegd door Vader Gaillard. Een lange processie vanuit Gap ging op deze dag naar Laus.

Gaillard was ook degene die de leiding over de bouwwerkzaamheden op zich nam.Benoite zag dit alles en motiveerde de werklieden. Ze bereidde hun maaltijden, bad met hen en sprak woorden van verlosssing.
Gedurende de bouw van de nieuwe kerk werd nimmer geklaag nog een vloek van Godslastering gehoord.
Binnen vier jaar was de kerk voltooid.

Tijdens de bouw werden diverse fenomenen ervaren die toegeschreven worden aan de aanwezigheid van Maria. Zo werd regelmatig een zacht zoete geur geroken. Om iedere schijn van fraude en misleiding tegen te gaan was en is de aanwezigheid van bloemen in de kerk niet toegestaan.
En toch wordt ook nu nog deze geur geroken.

Officiele stukken uit Laus vermelden: "Iedere keer dat Maria Laus bezocht, roken de mensen al daar een zoete zachte geur die de gehele kerk vulde.

Op een dag in de winter van 1665 nodigde de Heilige Maagd Benoite uit om de zieke pelgrims te zeggen, dat zij olie moesten nemen uit de lamp in de kapel en dat zij zouden genezen wanneer zij deze olie, vol geloof en vertrouwen zouden gebruiken op de zieke plek.
"God heeft deze plaats geschonken ten behoeve van de bekering van de zondaars"

De olie uit de lamp is voor Laus, wat het water uit de bron is voor Lourdes. Diverse genaden en genezingen vonden plaats als gevolg van het gebruik van de olie. Ook nu nog wordt olie uit de lamp aan de pelgrims ter beschikking gesteld en heeft nog altijd zijn heilzame werking. 

Meer dan waar ook ter wereld verscheen Maria aan Benoite in Laus. Gedurende 54 jaar verscheen zij minstens een maal per maand.
Trouw en toegewijd aan de booschap van Maria en haar missie is Benoite nooit gestopt en heeft haar leiden gedragen.

Benoite droeg haar boodschap niet alleen uit naar de zieken en behoevenden maar ook naar de priesters. Ze stelde diverse misstanden aan de orde en maakte hierdoor een aantal vijanden binnen de kerk.

Benoite bleef standvastig en ging door met het goede werk zoals Maria haar gevraagd had. En vroeg om de vijanden van Laus en Maria niet te haten maar juist geduld te hebben en te bidden.

Op vrijdag 7 juli 1763 verscheen Jezus, bloedend en lijdend,aan Benoite en gaf haar de boodschap."Mijn dochter, Ik toon mijzelf op deze manier aan u, opdat u kunt delen in de zorgen en mijn lijden."

Vanaf die dag deelde Benoite, elke vrijdag in de Passie van de Heer, en onderging de mystieke kruisiging. Deze duurde van donderdag avond tot zaterdagochtend. Dit lijden onderging Benoite gedurende vijftien jaar lang met een enkele tussenpauze van twee jaar. Deze onderbreking was gedurende de periode dat zij zorgde voor de bouwvakkers die het priesterhuis aan het bouwen waren.

De vijanden van Laus, waaronder een aantal priesters, deden het gebeuren af als zijnde een symptoom van een ziekte en legden een verband met mogelijke epilepsie en hysterie.

Ze noemden de kapelaans van de kapel zelfs zieners en idioten, zonder gezond verstand die klakkeloos een meisje geloofden.
Het lijden van Benoite echter trok mensen die haar nederigheid op een verkeerde manier gebruikten. Op een dag vroeg ze aan haar Goede Moeder of het lijden misschien minder zichtbaar mocht zijn. De Moeder Gods, beloofde Benoite dat vanaf die komende zaterdag het delen in de passie en het lijden voor Benoite zou eindigen, maar dat het andere lijden niet zou verdwijnen, en dat andere offers van haar gevraagd zouden worden.  
Benoite leed naast de stigmata inderdaad veel. Zo was de Duivel een van haar regelmatige kwelgeesten die haar probeerde te misleiden.
Een van de zaken die Benoite nooit vergat was dat het werk van Jezus altijd het zegel van het kruis draagt. 

De volgende twintig jaar waren vervuld van het gif van het Jansenisme. Benoite en Laus hadden veel tegenstand gekregen van de geestelijkheid.
Vader Lambert was overleden. Er werd, op last van de kerkelijke autoriteit, zelfs een plakaat op de deur van de kapel geplaatst waarin de openbare devotie werd verboden.
Op deze manier probeerden de tegenstanders Laus de smoren en hoopten dat de pelgrims weg zouden blijven.

Op verzoek van haar Goede Moeder, verwijderde Benoite het plakaat en vroeg de priester om toch de eucharistie te blijven vieren in de kapel.
De Bisschop die op leeftijd was, benoemde twee nieuwe kapelaans, die tegenstander waren van Laus. Ze stuurden de gelovigen weg en aan Benoite werd huisarrest opgelegd. Alleen op zondag werd de mis gevierd in de kapel van Laus.

Het werd nog erger toen de twee kapelaans die haar eerder geestelijk hadden bijgestaan waren overleden. De mensen bleven een tijd weg uit Laus.
Benoite werd echter gesteund door het feit dat aan haar een tip van de sluier van de toekomst werd gelicht. Ze wist nu dat er altijd tegenstand zou zijn.
In 1712, zes jaar voor het overlijden van Benoite, zag de Bisschop eindelijk in wat er allemaal gebeurde. Hij benoemde twee goede priesters als kapelaans.
De pelgrims kwamen weer terug en het goede werk van/in Laus werd voortgezet, ondanks alle tegenslagen. De beschermengel van Benoite vertelde haar dat het werk van de hand van God door niemand kan worden gestopt, zelfs niet door de Duivel zelf. Het zal voorduren tot het einde der tijden en grote goede vruchten dragen.

Aan de ene kant werd Benoite getreiterd door de demonen van de Hel maar aan de ander kant leefde ze onder de hoede van de Engelen die haar kracht gaven en beschermden. Ze had een intense band met haar beschermengel met wie ze alles deelde. 
Toen Maria niet meer verscheen aan Benoite, snauwde de Duivel haar toe. "Zie Maria heeft je in de steek gelaten, je zult niets hebben om op terug te vallen dan mij!" Benoite antwoorde hem. Ik word liever duizend maal verlaten door Maria dan dat ik een maal mijn trouw en geloof aan haar zou verliezen"

Op 1e kerstdag in 1718, was Benoite zwak en had hevige koorts die haar verteerde. Ze voelde dat het einde nabij was en wilde biechten.
Ze vroeg om vergeving van haar zonden. Ze ontving de ziekenzalving. Plotseling verscheen haar Goede Moeder voor haar ogen. De aanwezigheid van Maria werd merkbaar door een heerlijke geur die de slecht geventileerde kamer vulde. De priester bad voor haar genezing en vroeg of Benoite nog twee jaar bij hun mocht blijven. Op 28 december vroeg ze om de laatste sacramenten. Vader Royere vroeg haar om de zegen voordat Benoite heen zou gaan.

Aanvankelijk weigerde Benoite en vertelde dat het de taak van Maria was om hen te zegenen. Haar dienstbaarheid en eenvoud overwon en ze zegende de priesters. Omstreeks 8 uur s-avonds toen de gebeden voor de stervende waren gedaan. Vroeg ze haar peetdochter om de litanie van het kindje Jezus te reciteren. En zo ging Benoite heen op 71 jarige leeftijd. Toen ze stierf van de omgeven door een geur van Heiligheid. Een inscriptie op haar graf getuigt hiervan.

In 1871 kreeg Benoite Rencurel de titel eerbiedwaardig. De kerk in Laus werd in 1893 verheven tot Basilica Minor. Tot een van de toegewijden aan Onze Lieve Vrouw van Laus was de heilige Eugene de Mazenod (1782-1861), stichter van de Oblaten van Maria'sonbevlekte ontvangenis. De heilige Pierre Julien Eymard, maakte toen hij pas elf jaar oud was een voet bedevaart van 60 kilometer, naar Laus en verbleef negen dagen in de kapel als voorbereiding op zijn eerste Heilige communie. 

Op 4 mei 2008 is door de Bisschop van Gap en Embrun,Jean-Michel di Falco Léandri, officieel de authenticiteit van de verschijningen te Laus erkend. De erkenning, welke plaats vond tijdens de eucharistie viering in de basiliek van Laus, werd bijgewoond door de Pauselijke Nuntius, mgr. Fortunato Baldelli.

Laus wordt  jaarlijks door meer dan 100.000 mensen bezocht.


Adres Heiligdom: 
Accueil du Pèlerin
Sanctuaire de Notre-Dame du Laus
05130 St Etienne le Laus
04.92.50.95.51 (de 9h30 à 11h et de 14 à 16h)
sanctuaire@notre-dame-du-laus.com

 

terug naar boven

bron: ND du laus en het bisdom Gap

 

 
 
 

 

niets op deze pagina mag zonder uitdrukkelijke toestemming van Bedevaartweb, worden gekopieerd

of gebruikt worden voor andere publicatie doeleinden. Copyright by BEDEVAARTWEB©