|
|
De verschijningen in Marpingen 1876,1983 en1997
Vanaf 1876 is Marpingen met tussenposen het toneel van regelmatige Mariaverschijningen. Ondanks de eerdere veroordeling van de Verschijning, in de 19e eeuw, is er een bedevaartcultus ontstaan, die vele pelgrims trekt naar dit oord nabij Saarbrucken. De eerste verschijningen in 1876 Drie
achtjarige meisjes verklaarden dat tijdens het zoeken naar bessen, op 03 juli
1876, Maria aan hen verscheen in het “Hartelwald”. Maria noemde zich “De
Onbevlekte Ontvangenis” en gaf hen boodschappen die vergelijkbaar waren met
die van Fatima “Jullie
moeten bidden en niet zondigen”. Er
ontsprong een bron alwaar velen hun heil en genezing vonden. De
kultuurstrijd onder Bismarck was in volle gang. De toenmalige Bisschop van Trier
zat in de gevangenis De
pastoor werd samen met de kinderen voor het gerecht gedaagd. Verklaard werd dat
de kerk niet handelsbekwaam was en keurde zonder enige onderzoek de
verschijningen af. Tien
dagen na de verschijningen trok een compagnie soldaten naar de
verschijningsplaats en joeg de pelgrims met bajonetten uiteen. Gedurende 40 jaar
werd een ieder die het Hartelwald betrad gevangen gezet. De
Luxemburgse Bisschop Johann Theodor Laurent stelde een oppervlakkig onderzoek in
en kwam tot de conclusie dat de kinderen, geobsedeerd en niet helder van geest
waren en de verschijningen dus niet
echt. Dat achtjarige kinderen het begrip “onbevlekt Ontvangen" niet konden
verklaren was ogenschijnlijk aan de aandacht van de onderzoekers voorbijgegaan. Toch
bezochten 20.000 pelgrims het kleine dorp bij Tholey, niet ver van Saarbrucken.
Er werd een kleine kapel gebouwd en
de bron werd gekanaliseerd. Heden ten dage is voor de zorg van deze gebedsplaats
een prive onderneming (Kapellen vereniging onder leiding van Gottfried
Schreiner) verantwoordelijk voor de gang van zaken. Prof
Blackburn ( Universitiet van Harvard) nam de moeite om de geschiedenis en
schreef in 1993 bevindingen, verklaringen en
getuigenverklaringen in zijn boek met de titel "Apparitions of the Virgin Mary in Bismarckian
Germany" (Oxford 1993). Hij
wees er op dat er helemaal niets was opgetekend en dat de archieven van Trier in
een staat van non-activiteit waren. Ondanks
de krachtige tegenstand van de staat gingen de verschijningen door tot
3 september 1876. Maria nam afscheid met de woorden “
Ik kom terug in een tijd waarin het zwaar is”
Op 16
juli 1983 verscheen Maria aan een boer die
in de Genadekapel aan het bidden was. Maria dicteerde hem een boodschap die ook
aan de Paus moest worden medegedeeld. “Meer
dan 100 jaren van mijn openbaringen zijn voorbij gegaan. Men heeft telkens noch
het genadebeeld, noch de boodschappen begrepen. Men heeft mijn boodschappen
verdraaid en bespottelijk gemaakt. “U zult zondigen en niet bidden”. Ik heb
gezegd hoe jullie als ware christen moeten leven. Ik heb jullie Hel laten zien
waar de zondaars en eeuwig verlorenen heen gaan. Ik heb jullie het grootste van
alle wonderen getoond. Het zonnewonder was daar en velen waren getuigen. Echter
jullie zonden en laster hebben de toorn Van God gewekt en de 2e
wereldoorlog veroorzaakt. Ook dit is vergeten. Jullie maken grappen over de
boodschappen en over hen die bidden en op het water vertrouwen. De
koning van deze wereld heeft jullie blind gemaakt voor de geboden van God en de
openbaring die zijn gedaan. Jullie leven is
niet meer een christelijk leven. Het leven van het nieuwe heidendom vol
onheil en oorlog zal jullie verassen. Voor de toren van Duitsland sta ik
Huilend, zoals Christus gehuild heeft om
Jeruzalem. Hoe vaak heb jullie niet door mijn openbaringen gewaarschuwd. De
Heilige vader (Paus) zal het
laatste Maria dogma van de middelares, medeverlosser en voorspreekster 40 dagen
na het Karmel feest verkondigen.” Critici
storen zich regelmatig aan de
bedrieglijkheid van menige verklaring van
onheil. Ze menen dat deze opportuun zijn en geen tekenen van de hemel. Waar
staat er echter geschreven dat de hemel niet waarschuwt voor onheil en de
consequenties die aan het handelen van de mensen verbonden zijn. Kwamen
er uit de mond van Jezus niet de waarschuwingen (mat 11, 27 en 24,30).Over dit strijdpunt heeft Pater Jorg
Muller zich uitgelaten in zijn boek “Waarom verschijnt Maria zo
vaak?”(Altotting 1999) Het
is kenmerkend voor de Duits Kerk , dat zij moeilijk omgaat met fenome nen als
profetieën en verschijningen. "Lag Marpingen in een zuidelijk land dan waren er
niet zo veel problemen “ schreef een priester uit Oostenrijk. In
deze boodschap refereert Maria naar
Fatima (het zonnewonder en het helle visioen) en naar Amsterdam waar in 1945 de
huisvrouw Ida Peerderman van Maria
de opdracht kreeg om de Paus om het laatste Maria-dogma te vragen.
Wat betreft de nieuwe dogma, hierover heeft Theoloog Mgr Calkins, lid van
de Theologische commissie van het Vaticaan zich positief uitgelaten. De huidige
paus heeft Maria al ettelijke malen medeverlosseres genoemd en derhalve vindt
hij dat het tijd is voor een nieuw dogma. De verschijningen van 1997 In
1997 verscheen Maria opnieuw aan drie jonge vrouwen. Deze drie vrouwen hadden zonder het van elkaar te weten
meedere verschijningen en/of boodschappen van Maria. v
Marion Guttmann , 30 jaar
oud ten tijde van de eerste verschijningen, komt uit Neukirchen die jarenlang in
het hotelvak actief is geweest. Na de verschijningen heeft ze deze activiteiten
opgegeven is huisvrouw geworden. Marion ziet Maria samen met het kindje Jezus
maar hoort haar niet. v
Christine Ney , 24 jaar,
is getrouwd en komt uit het Franse Weiler. Ze is geboren in Ensdorf. Ze was
Muzieklerares en wilde een carrière als zangeres. Ze is op aanraden van Maria
hiermee opgehouden. Ze is na haar trouwen huisvrouw geworden. Christine ziet
Maria als ware door een sluier en hoort Maria spreken. v
Judith Hiber, 35 jaar, is
de oudste van de drie zieneressen. Ze komt uit Saarbrucken alwaar ze bij justitie werkzaam is.
Ze is ongehuwd en komt standvastig over. Judith
ziet Maria niet maar heeft zgn. innerlijke vocaties.
Hoe
ziet Maria er uit ten tijde van de verschijningen: Volgens
Marion Guttmann (namens de drie zieneressen): Ze is geheel gekleed in het wit,
ook de sluier is wit van kleur. Ze spreekt zoals wij met elkaar spreken,
eenvoudig en natuurlijk zonder enige bijzonderheid. Ze buigt haar hoofd of als
ware ze verdrietig. Een aantal maal was het kindje Jezus bij Haar. Het kindje
ziet er uit als een gewoon klein kind van nog geen jaar oud. Het straalt en
kijkt de wereld in en zegent. Menigmaal werd Maria, volgens de zieneressen,
vergezeld door Engelen, Heiligen enmeerdere kleine kinderen. De kinderen waren
rondom Maria maar ook tussen de aanwezige mensen. De boodschappen: De zieneressen hebben vanaf 17 mei 1999 tot 17 oktober 1999. Middels de zieneressen vraagt Maria om bekering, gebed en boetedoening en waarschuwt ze voor het naderende onheil dat de mensen over zich afroepen. Ze geeft de zieneressen het volgende gebed dat moet worden gebeden ten einde de missie/opdracht te doen slagen: Oh
Jezus, iK heb u zo zeer lief. Neem
mij, neem mij, neem mijn gehele zijn. Leid
mij naar U Oh
Jezus, Uw kind wil ik zijn In
vreugde en verdriet, laat mij niet alleen Oh
Jezus, ik heb U zo zeer lief, neem mijn hart Opdat
ik zal delen in Uw grote smart. Oh
Jezus, ikheb U zo zeer lief Neem
alles van mij weg , dat mij hindert op de weg naar U toe Amen.“ Bijzonder te noemen is dat Maria in haar boodschappen de nadruk legt op het geloof in God en Jezus Christus en zichzelf middelares noemt. Maria verschijnt ook op meerdere plaatsen: de Kapel, de Bron, de kruisweg en het Pater Pio huis zijn oa de plaatsen waar zij zich aan de zieneressen toont en Haar boodschappen verkondigt. Ervaringen
van Pelgrims: Diverse
mensen hebben bijzondere ervaringen opgedaan ten tijde van de verschijningen.
Hieronder zijn een aantal van deze ervaringen (welke reeds eerder zijn
gepubliceerd) opgetekend. 13 juni 1999: gedurende
de verschijning rook ik een wonderschone bloemengeur. Toen mijn man en ik later,
bij een bekende, een faxbericht over Marpingen lazen, rook ik diezelfde
bloemengeur wederom (G.K. Braunschweig).
Ik (C.H.) bevestig
dat ik op 30 augustus, toen ik water haalde uit de bron bij de
verschijningsplaats, een zeer sterke rozengeur waarnam (C.H. Diersbach). Ik was op zondagavond 21
augustus in het Hartelwald. Een kwartier voor zonsondergang kon ik vanaf mijn
plek op een weide de zon goed zien. Deze draaide en scheen langzaam op mij af te
komen. De zond had een 5 tot 10 cm brede roze/violet kleurige rand(A.M.G). Op 13 juni was ik,
toevallig, in Marpingen. Gedurende de verschijning zag ik, tot mijn verbazing,
een groot lichttapijt naar beneden dalen. Het was wit gekleurd en met edelstenen
versierd. Het lichttapijt ging later weer naar boven en verdween (I.S. Esch). Toen de verschijning
plaatsvond, hoorde ik zachte muziek die op een wonderbare en ongelooflijk schone
wijze op een instrument werd gespeeld. De muziek hoorde ik gedurende de
verschijning en deze verdween zodra de verschijning voorbij was (G.M.P.
Walpershofen). Op het moment dat de Moeder Gods verscheen, hoorde ik een sterk ruizen van wind door de bomen. Er bewoog echter geen blad aan de bomen. Het geluid klonk als een opkomende sterke wind voorafgaand aan een onweersbui (G.F. Puttlingen). De Bron: Nabij de kapel is een bron waar vele pelgrims water halen en waaraan geneeskrachtige werking wordt ontleend. De Kerk: De kerk heeft ten aanzien van de verschijningen in Marpingen nog geen goedkeurend stanpunt ingenomen. De drie zieneressen worden begeleid door Pater J. Muller die op basis van de getuigenverklaringen en band opnames de gebeurtenissen heeft vastgelegd. Ook heeft deze de zieneressen aan een aantal tests onderworpen gedurende de vermeende verschijningen
|
|
||
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
niets op deze pagina mag zonder uitdrukkelijke toestemming van Bedevaartweb, worden gekopieerd
of gebruikt worden voor andere publicatie doeleinden. Copyright by BEDEVAARTWEB©