databank van bedevaartplaatsen wereldwijd

 

 

 OLV.gif (13175 bytes)
 

 

OLV.gif (13175 bytes)

 

 

OLV.gif (13175 bytes)

 

 

OLV.gif (13175 bytes)

 

OLV.gif (13175 bytes)

 

 

OLV.gif (13175 bytes)

 

OLV.gif (13175 bytes)

 

OLV.gif (13175 bytes)

 

OLV.gif (13175 bytes)

 

 

IdaLijden.gif (11490 bytes)

 

STIL LIJDEN

Het geestelijk en lichamelijk lijden dat de zieneres van Amsterdam in stilte en zonder klagen droeg, was voor buitenstaanders niet navoelbaar, zelfs niet voor haar beste vrienden. Steeds deed zij haar uiterste best om alles precies op te schijven en gehoorzaam door te geven zoals de Vrouwe van alle Volkeren het in milde doch betekenisvolle woorden had gezegd en onuitwisbaar in haar hart gegrift. In haar visioenen schouwde de zieneres Ida de hemel en smaakte zij gelukzaligheid. Maar terug in het alledaagse leven zag zij zich geconfronteerd met ontkenning en laster, wantrouwen en twijfel. Door de media belachelijk en ongeloofwaardig gemaakt, leerde zij op pijnlijke wijze wat het betekent ter wille van de waarheid en ter wille van de Vrouwe van alle Volkeren je goede naam te verliezen.

Ida wist dat ze niet misleid werd. Des te meer ging zij gebukt onder de zware verantwoording om als klein werktuig draagster te zijn van de belangrijkste boodschappen van de 20e eeuw.

Iedereen die Ida werkelijk kende, wist van haar heldhaftige gehoorzaamheid aan het kerkelijk gezag. Maar bijna niemand kon vermoeden wat het haar kostte om te zwijgen en altijd weer opnieuw geduldig te wachten, te wachten, te wachten..
Ook wanneer de zieneres af en toe tegenover vrienden haar teleurstelling uitsprak, beklaagde zij zich niet werkelijk, ook niet toen ze al haar dierbaren aan God terug moest geven: eerst haar geliefde broer Piet, daarna de goede pater Frehe. Toen tenslotte ook haar trouwe tweede leidsman, pater Kerssemakers s.s.s., in 1981 stierf, had men met Ida te doen omdat er nu door de week geen heilige Mis meer zou zijn en zij niet meer te communie kon gaan. Daarop antwoordde zij: “Ik ga toch te communie. Ik ontvang deze door een onzichtbare hand.”


“JE BENT NOG NIET OP CALVARIË”

Toen ook nog haar drie zussen de een na de ander overleden, zal Ida, die in veel opzichten in grote eenzaamheid leefde, wellicht aan de woorden van de Vrouwe gedacht hebben: “Gij, kind, zult moeten meewerken zonder angst en vrees. Geestelijk en lichamelijk zult gij lijden” (1 april 1951).

De zieneres leed aan borstkanker maar liet zich uit angst voor een verblijf in het ziekenhuis pas zeer laat opereren. Bovendien had ze een zware hartkwaal.

Ook al sprak ze er niet graag over, toch wisten sommige ingewijden van de domonische kwellingen waaronder ze de laatste jaren opnieuw leed. Op een keer kon de 85 jarige zieneres na een uur lang verschrikkelijk gefluit, geschreeuw en gekrijs van de duivel, van uitputting alleen nog maar huilen.

In de nacht van 4 op 5 april 1992 kwam de duivel met zware, dreunende stappen Ida’s slaapkamer binnen. Zij zag hem niet, want hij stond in het donker, maar zij hoorde hem met zijn indringende, afschuwelijke stem zeggen: “Ik zal ervoor zorgen dat het met jouw en je bisschop niks wordt! En het licht dat je ziet, ben ik en niet de ander [de Vrouwe].”

Daarop antwoordde Ida: “Zij is het wel! De Vrouwe komt altijd in het licht. Maar het vreemde is dat jij altijd alleen maar komt als het donker is en dat je altijd in het donker bent!” Ida bad luid het gebed dat de Vrouwe haar geleerd had. Daarop schreeuwde de duivel: “Ik zal ervoor zorgen dat jij het licht nooit meer ziet!” Bij die woorden wierp hij haar een steentje in het oog, dat vreselijke pijnen veroorzaakte. Toen verdween hij. Het oog werd vuurrood en zwol helemaal dicht. ’s Morgens wasten Jannie, haar trouwe helpster in de laatste jaren, en Ida’s zus Truus het voorzichtig uit met Lourdeswater. Het oog was ontstoken, maar niet van binnen geraakt. De arts schreef een zalf voor, zodat Ida na een dag of tien weer ongehinderd kon zien.

Op 1 maart 1995, Aswoensdag, begonnen plotseling alle vijf telefoons in huis tegelijkertijd te rinkelen. Ook toen Ida de hoorn opnam, bleef het rinkelen doorgaan. Op die manier probeerde de duivel haar bang te maken en ze kreeg het werkelijk te kwaad en voelde zich niet goed worden.

Een andere keer wierp hij haar van haar bed omhoog en zei met gemene stem: “Je bent nog niet op Calvarië!”

“EN GIJ, KIND, KOM VOOR DEZE BEELTENIS EN
VRAAG ZOLANG GE KUNT.”

Uit de boodschap van 19 maart 1952


BID VEEL VOOR EN OM GOEDE PRIESTERS EN TOT INKEER VAN
DE VOLKEREN.”

Uit de boodschap van 31 mei 1958

In de morgen van 15 december 1995 werd Ida met haar gezicht onder het bloed in de slaapkamer naast haar bed gevonden, op de grond neergesmakt. Ze had plotseling een zware hand in haar rug gevoeld, die haar voorover had geduwd. Zij had zo’n hevige smak gemaakt dat de bloeduitstortingen op haar gezicht acht weken later nog zichtbaar waren. Tot aan haar dood zou Ida driemaal vallen, zoals de Heer op zijn kruisweg.

Bisschop Bomers wilde haar in de avond van 28 mei 1996 bezoeken. Hij belde aan, maar er werd niet opengedaan. Hij wist dat Ida thuis was en bezorgd liet hij Jannie waarschuwen om te kijken wat er emt Ida aan de hand was. Weer lag de 90-jarige Ida onbeweeglijk op de grond. Een sterke hand had haar opnieuw met bruut geweld naast haar bed geworpen.

“IK ZAL JE SPOEDIG NAAR MIJN ZOON BRENGEN.”

“Vaarwel. Tot in de hemel.” Dat waren de allerlaatste woorden van de Vrouwe in de boodschappen. Tot aan die dag heeft Ida trouw gedaan wat de Vrouwe haar eens had opgedragen: “Gij zult steeds voor deze beeltenis … komen vragen … Dit zult gij blijven doen tot het einde daar is” (15 november 1951).

Ida wist dat ze in 1996 zou sterven, want op 1 januari van dat jaar hoorde ze voor het eerst sinds november 1995 weer de stem van de Vrouwe, die aankondigde: “Dit is je laatste jaar. Spoedig zal ik je bij mijn Zoon brengen. Je taak is volbracht. Luister verder naar de stem.” Korte tijd later vertrouwde Ida een bekende toe: “Ik zal niet lang meer leven. Ik ben doodziek. Er is niets meer wat mij nog hier houdt!”

Op 31 mei 1996, de toekomstige feestdag van de Medeverlosseres, werd door de bisschop van Haarlem, Mgr. Henricus Bomers en zijn hulpbisschop Mgr. Jozef M. Punt officieel de toestemming gegeven voor de openbare devotie tot de Vrouwe van alle Volkeren. Tientallen jaren had Ida biddend daarop gewacht. Zoals de oude Simeon, zei de 90-jarige zieneres vol vreugde:
“Nu is het dan toch eindelijk gebeurd. Ik zou het meemaken en ik heb
het meegemaakt. Laat Onze Lieve Heer mij nu maar halen!”

 terug naar boven