
Het vertrek naar de hemel
Het is het jaar 1876, zuster
Catherina voelde haar krachten verminderen: "het volgende jaar zal ik er niet meer
zijn", zei ze.
Het wordt tijd om te spreken, de
Heilige Maagd ontslaat haar van haar geheim. Daar zij niet meer haar gewone biechtvader
had, is het zuster Dufès, Overste van het huis van Reuilly, die haar vertrouwelijke
mededeling zal ontvangen. De spreekkamer is somber, maar de stralende herinnering aan
Maria brengt er licht.
" Ik hoorde iets als het
geritsel van een zijden kleed.....Wat was zij mooi, op zijn allermooist..."
De oude zuster is als verheerlijkt.
Zuster Dufès ziet tegen haar op eerst met grote verwondering, dan met ontroering, en als
dit heel bijzondere verhaal eindigt, is zij het, zuster Overste, in wie een ontroerende
bewondering opkomt voor deze nederige vrouw.
Op 31 december 1876, na de laatste
sacramenten ontvangen te hebben, schijnt zuster Catherina in te sluimeren.
Zuster Catherina was zeventig jaar.
Op 3 januari 1877, werd haar
lichaam, begeleid door tweehonderd en vijftig Dochters der Liefde, naar de kapel
gebracht en daarna, met een speciale machtiging, bijgezet in de grafkelder. 56 jaar later,
liet Kardinaal Verdier haar opgraven, met het oog op de Zaligverklaring. Zoals men
haar had neergelegd op 3 januari 1877, zo vond men haar ook terug op 21 mei 1933. Het
lichaam was intact en de ledematen soepel. Men plaatste haar in een schrijn, Rue du Bac,
in de huidige kapel.
Zij rust onder het altaar van de
Maagd met de aardbol, op de plaats zelf, waar een eeuw tevoren, Maria haar was verschenen.
Op 27 juli 1947, werd zij
heiligverklaard door Paus Pius de twaalfde, die haar graag noemde:
De
Heilige van het stilzwijgen