Naar de Hemel
EN GIJ, KIND, IK LEG IN UW SCHOOT DE MENSENKINDEREN VAN HEEL
DE WERELD. ZIE MIJ AAN EN VERTROUW TOCH.
Uit de boodschap van 1 april 1951
Op woensdag 12 juni 1996 ontving Ida met diepe overgave het sacrament van de ziekenzalving
uit de handen van pater Amadus Korse o.f.m. Hij was diep aangedaan door Idas
bereidheid te sterven of zo het Gods wil was nog langer te lijden.
Twee dagen later drong de huisarts erop aan om de zieke vanwege haar acuut slechte
gezondheidstoestand naar het ziekenhuis te laten brengen. Voordat de ziekenauto
arriveerde, had Ida aan Jannie gevraagd om haar van de slaapkamer naar de
benedenverdieping te helpen. Daarbij vielen ze samen van de trap en Peter, de tuinman,
droeg de doodzieke Ida de eetkamer in. Na de opname in het ziekenhuis werd ze onmiddellijk
op een zuurstofapparaat aangesloten omdat ze bijna geen lucht meer kreeg en op pijnlijke
wijze dreigde te stikken. Slechts een paar vrienden konden haar nog bezoeken. Als een kind
lag de 90-jarige Ida op haar bed. Ze sprak met haar laatste krachten haar zwakke
hart was volledig uitgeput.
In de vroege morgen van 17 juni 1996 was Ida alleen. Om kwart over vier legde deze grote
zieneres van de Vrouwe van alle Volkeren die zo in het verborgene had geleefd, haar ziel
terug in de handen van haar Schepper.
VAARWEL. TOT IN DE HEMEL.
De laatste woorden van de laatste boodschap, 31 mei 1959

Uit diep respect voor de menselijke grootheid van de
zieneres wilde Mgr. Bomers op 20 juni zelf de begrafenisplechtigheid leiden. Rechts van
hem in Franciscaner pij staat pater Amandus Korse.
KIND, ZIJ ZULLEN JE
GELOVEN. IK BEN DAAR. IK ZAL JE BIJSTAAN EN HELPEN.
Uit de boodschap van 31 mei 1954

Bronzen beeld op het graf van Ida Peerdeman
op de begraafplaats St. Barbara in Amsterdam

IK BEN U IMMER
VOORGEGAAN OM U
TE BRENGEN NAAR HEM ...
Uit de Eucharistische Belevenis van 31 mei 1981