Onze Lieve Vrouwe ter Nood
Koeienhoeder Nelis uit het gehucht
Runxputte kon het niet helpen, dat hij op zijn achtendertigste jaar nog niet verder kon
tellen dan twaalf! Maar bij Onze-Lieve-Heer stond hij blijkbaar in groot aanzien! Want
toen hij in het voorjaar kievitseieren ging zoeken op het land van boer Siemen, trapte hij
met zijn klomp op een kantig blok onder het zand. Hij woelde deze met zijn handen los en
greep er naar om hem weg te gooien. Maar bukkend zag hij dat het een houten beeldje was
van Maria met het Jezuskind.
Zijn moeder veegde het met een doek schoon van zand en stof en borg het in een oude koffer
om het de volgende dag te dragen naar meneer pastoor. Maar toen Nelis zich 's morgens over
het land van boer Siemen naar zijn koeien repte, vond hij bij een kuiltje met drie
kievitseieren weer het houten beeld van de Moedermaagd
..
Tegelijkertijd voer een rijk koopman uit Alkmaar, Johannes Mors genaamd, met een schip vol
ijzer op zee.
Toen hij met zijn boot dagenlang dobberde zonder wind, zodat hij met zijn matrozen de
hongerdood dreigde te sterven, droomde hij van het Runxputter beeldje van Nelis, zonder
dat hij er ooit van had gehoord. Een vrouwenstem zei: "De wind zal waaien als je mij
vereren gaat!". Hij had niet mooier kunnen dromen, want zijn schip voer mee met de
zuidenwind.
En toen hij later het gehucht Runxputte had gevonden, had hij gouddukaten meegebracht voor
het bouwen van een stenen kapel, waarover reeds in 1409 een rector werd aangesteld. Van
toen af aan stroomde het volk toe van heinde en verre en zocht troost bij de Maria, die
alle noden van de mensen kent. Er werden op dit mooie stukje land meer weesgegroeten
gebeden dan er tulpen zouden bloeien op de bollenvelden rondom.
Het moet werkelijk voor de omwonenden en de pelgrims een zware beproeving zijn geweest,
toen harde krijgslieden in 1573 bij het beleg van Alkmaar de kapel tot een troosteloze
ruïne maakten. Toch bleven de bedevaartgangers toestromen, ondanks de tegenwerking van de
machtshebbers, die zelfs de ruïne niet met rust konden laten en het puin daarvan lieten
wegkruien en verstrooien over de velden.

In 1905 werd de Runxputte teruggevonden en enkele dagen later ook de fundamenten van de
verwoeste kapel. In 1909 kwam de voorlopige Genadekapel gereed. Rond de dertiger jaren van
deze eeuw bouwde een bekwaam bouwmeester, Jan Stuyt, een nieuwe kapel.

Onze Lieve Vrouw ter Nood te Heiloo
Kapellaan 13
1851 PE Heiloo
Met dank aan Zr. Humilia en Anneke
den Westen(OLV ter Nood)