|
|
Visigoten
De Visigoten waren een voornaam (Oost-)Germaans volk ten tijde van, en vlak na, het Romeinse Rijk. De Visigoten worden ook wel Westgoten genoemd ter onderscheiding van de Ostrogoten of Oostgoten. Deze benaming is echter omstreden. Het zou namelijk ondenkbaar zijn dat een Germaanse stam zichzelf zou vernoemen naar het Westen, de plek waar de zon onderging. Een alternatieve betekenis die aan de benaming Visigoten wordt gegeven is 'dappere Goten'.
In 378 kwamen de Visigoten in opstand tegen het Romeinse gezag. Bij de slag bij Adrianopel (tegenwoordig Edirne in Turkije) versloegen zij het Romeinse leger, waarbij de Romeinse keizer Valens de dood vond.
In 410 plunderden de Visigoten onder leiding van Alarik Rome. Na de val van het Romeinse Rijk bleven de Visigoten gedurende 250 jaar een belangrijke rol spelen in de Europese geschiedenis.
Bekering tot het christendom
Nadat ze zich hadden gevestigd in Dacië bekeerden de Visigoten zich tot het arianisme, een vorm van het christelijk geloof waarin Jezus Christus niet wordt beschouwd als god, maar als een afzonderlijk wezen direct onder God. Dit geloof stond loodrecht op dat van de andere christenen in het Romeinse Rijk dat later uitgroeide tot het katholicisme en de orthodoxe kerken. De Visigoten bleven vasthouden aan het arianisme tot koning Reccared I zich liet bekeren tot het katholicisme in 589.
Invallen in Frankrijk en Spanje
Nadat enkele jaren later de vrede was hersteld stond Honorius de Visigoten toe zich te vestigen in de provincie Aquitania.Tolosa werd de eerste hoofdstad van het Visigotische koninkrijk. Naar mate de Romeinse infratructuur steeds verder instortte en daarmee de invloed van Rome steeds kleiner werd, verspreidden de Visigoten zich over steeds grotere delen van Gallië. Gallia Narbonensis werd ingenomen en het zuidelijk deel van Celtica waar hun opmars bij de Loire door de Salische Franken een halt werd toegeroepen. Vervolgens trokken ze de Pyreneeën over het Iberisch Schiereiland op. Zo kwamen ze in het gebied waar de Vandalen en de Alanen in het gat waren gesprongen dat het ineenstortende Romeinse Rijk had achter gelaten. In een reeks schermutselingen werden de Alanen verpletterend verslagen. Onder aanhoudend krijgsgeweld trokken de Vandalen zich eerst terug in Andalusië om uiteindelijk het Iberisch Schiereiland te verlaten en naar Noord-Afrika te trekken. Het moeilijk begaanbare, bergachtige terrein van Noord-Spanje bleek echter een stap te ver voor de Visigoten. Ze wisten de Basken en de Sueven die daar woonden niet te verslaan en sloten vredesverdragen waarbij deze volkeren hun landen konden behouden als vazalstaten.
De tweede grote koning der Visigoten, Eurik, verenigde de verschillende ruziënde stammen der Visigoten en dwong in 475 de volledige onafhankelijkheid af bij het Romeinse bestuur. Ten tijde van zijn dood vormden de Visigoten het machtigste rijk in West-Europa. Rond het jaar 500 bereikte hun koninkrijk zijn grootste omvang. Hieraan zou echter spoedig een einde komen.
Verlies van de Gallische gebieden aan de noordgrens van het koninkrijk ontstonden spanningen met de Salische Franken onder koning Clovis en hun bondgenoten, de Bourgondiërs onder koning Gondebaud. Na wat kleine territoriale conflicten begonnen de spanningen een steeds meer godsdienstig karakter te krijgen. De Franken en Bourgondiërs, beide katholieke volkeren, kregen financiële steun toegezegd door de katholieke kerk op voorwaarde dat zij de Visigoten uit Gallië zouden weten te verdrijven. De Visigoten, die de katholieke volkskerk in hun koninkrijk weinig in de weg hadden gelegd ondanks hun eigen Arianisme, werden weldra van binnenuit onder druk gezet. Vanuit de katholieke kerken roepen de bisschoppen de Gallo-romeinse burgers op tot verzet tegen de Visigoten. Als reactie hierop ziet koning Alarik II de Visigoten zich genoodzaakt de bisschoppen van Limoges en Arles te gijzelen. Na dit vernomen te hebben dreigt Clovis met het binnenvallen van Alarik's gebied.
Om de oorlogsdreiging een halt toe te roepen riep Alarik de bemiddeling in van zijn schoonvader, de Ostrogotische koning Theodorik de Grote. Dankzij deze bemiddeling komt het in 506 tot een vredesverdrag tussen Clovis en Alarik. Om de sympathie van het volk terug te winnen komt Alarik met nieuwe wetgeving waarin van de katholieke gallo-romeinse bevolking meer vrijheden en rechten worden toegekend.
Clovis is echter niet van plan zich aan het verdrag te houden. Hij sluit een verbond met koning Sigebert van de Ripuarische Franken en met koning Gondebaud van de Bourgondiërs. In het voorjaar trekken zij het Visigotisch koninkrijk binnen. Het komt tot een beslissend treffen tijdens de Slag bij Vouillé, waarbij Clovis eigenhandig Alarik ombrengt; hierna vlucht het restant van het leger naar het zuiden en trekt zich terug in Septimanië. Clovis gaat over tot het verdelgen van de laatste verzethaarden. Zijn zoon Theuderic wordt belast met de verovering van Celtica, terwijl hij zelf ten strijde trekt tegen de Basken. Het wordt aan Gondebaud overgelaten om Septimanië te veroveren.
De Visigoten in Septimanië trekken zich terug in een aantal goed verdedigbare steden: Carcassonne, Béziers, Nîmes en Arles. Hoewel alle steden langdurig belegerd worden en de landbouwgronden in vlammen opgaan, lukt het de Bourgondiërs niet om de steden in te nemen. Als in 508 tenslotte de Ostrogoten zich in de strijd wagen en Arles en Avignon ontzetten en bevrijden, is het gedaan met de Bourgondische aanval. Septimanië zal nog zo'n 2½ eeuw in handen van de Visigoten blijven, maar de rest van Gallië is voor altijd verloren.
|
|
|