|
|
Tempeliers
De kruistochten waren het meest opvallende
fenomeen van de Europese expansiedrang tussen het 1000 en 1300. Dat die expansie
op Palestina gericht werd is op het eerste gezicht opmerkelijk; het land heeft
economisch weinig te bieden. Dat de expansiedrang zich op het Midden-Oosten
richtte, moet vooral verklaard worden door de plaats die Jeruzalem en het
Heilige Land in de middeleeuwse wereldbeschouwing innamen. De eerste
kruistochten hadden het karakter van een gewapende pelgrimstocht. Dat
pelgrimstochten een gewapend karakter kregen was opmerkelijk: het hanteren van
wapens werd door de kerk beschouwd als zondig. De kerk stelde zelfs alles
wapengeweld uit te bannen. Onstuimige edellieden die bloed hadden laten vloeien,
moesten daarvoor boete doen, anders werden ze in de ban gedaan. Nu ineens ging
de kerk het gebruik van geweld propageren, maar waarom was dat?
De kerkvader Paus Augustinus (354-410) had geschreven dat een oorlog alleen maar
gerechtvaardigd was wanneer men aangevallen werd. Intellectuelen stonden op het
standpunt dat kruistochten defensieve oorlogen waren. Het Heilige Land was
namelijk gewijd door de aanwezigheid van Christus en veroverd door het Romeinse
Rijk in een rechtvaardige oorlog: de Joodse oorlog, die door Christenen gezien
werd als de wraak van God voor de dood van zijn zoon. Later, onder keizer
Constantijn, is dit rijk Christelijk geworden. Als vertegenwoordiger van
Christus op aarde en erfgenaam van de Romeinse keizers kon de paus volhouden dat
de kruistochten niet meer waren dan de herovering van gebied dat rechtens
toekwam aan de christenen. Het was ook alleen de paus die op kon roepen tot een
kruistocht. Na de eerste negen jaar is anonimiteit te hebben doorgebracht,
groeide de orde vanaf hun tiende bestaansjaar enorm snel uit tot een uiterst
machtige, rijke en beduchte speler op het Europese toneel. De orde bezat talloze
landerijen, kloosters, kerken, kastelen, opleidingsinstituten en dergelijke. Ook
nu was het weer volstrekt onbekend hoe de Orde van Kruisridders aan deze grote
rijkdom kwam. Het leek er op dat de Kruisridders de Katholieke Kerk in een
chantage-situatie had betrokken. Een geheim dat de kerk onder geen enkele
voorwaarde in de openbaarheid wilde. Het was niet duidelijk wat zij in het
Heilige Land hadden gevonden maar het moest iets zijn dat de wereld zou doen
schokken ! De Orde van Kruisridders kreeg binnen de Katholieke kerk een aparte
status. Belastingen werden niet afgedragen en in tegenstelling tot andere
Katholieke organisaties kreeg de Orde het feitelijke eigendom van hun
bezittingen. Aan koningen behoefde geen verantwoording te worden afgelegd. Dit
was in die tijd werkelijk ongekend aangezien de Katholieke Kerk op dat moment
almachtig en onaantastbaar was. In het jaar 1188 vond er in Gisors een scheiding
plaats tussen de Priory en de Kruisridders. De aanleiding en wijze waarop deze
scheiding plaatsvond is niets van bekend. In hetzelfde jaar verscheen voor het
eerst literatuur over de Graal. De Kruisridders stonden bekend om hun hardheid
op het slagveld en om hun devotie in de kerk. Het waren niet alleen ridders die
aangesloten waren bij de orde. Zij vormde wel de kern ! Bij de orde hoorde ook,
sergeants (soldaten), boeren, slaven, priesters, wapensmeden etc. Op het
hoogtepunt van de macht van de Orde van Kruisridders bestond het aantal
aanwezigen in Jeruzalem op slechts 400 ridders. Er is niet veel bekend over de
totale omvang van de Orde van Tempeliers. Documenten geven aan dat in 1153 de
orde bestond uit meer dan 90.000 personen. Enkele jaren later werd het aantal
geschat ergens tussen de 140.000 en 160.000 personen ! Dit was inclusief boeren,
slaven en ijzersmeden. De orde had zich succesvol gevestigd in Tripoli, Lion,
Portugal, Cyprus, Vlaanderen, Nederland, Engeland, Duitsland, Italie, Sicilië
en Schotland. In iedere organisatie die ook maar iets met de Katholieke kerk te
maken had, was de Orde van Tempeliers vertegenwoordigd.
Volgende----->
|
|
|