|
|
Stes Maries de la Mer

De
naam komt voor het eerst voor in de 12e eeuw: Sancta Maria de Ratis; 13e eeuw: Villa de Mari;
15e eeuw; Notre-Dame-de-la-Mer; 17e eeuw: la Ville-des-Trois-Maries; en vanaf 1838: Saintes-Maries-de-la-Mer
De Legende vertelt:
Rond het jaar 40, kwam er een boot uit Jerusalem, zonder zeilen, peddels of
andere benodigheden en dreef over de Middelandse Zee naar de kunst van Stes
Marie de la Mer. In deze boot zaten:Maria Jacob, de moeder van Jacobus; Maria
Salomo, de moeder van de apostelen Jacobus de meerdere en Johannes, Lazarus en
zijn twee zusters, Maria Magdalena and Martha; St Maximinus; Cedonius, die blind
was geboren en was genezen en Sarah, de dienster van de twee Maria's.
Na veilig aan land te zijn gegaan bouwde de groep een klein
kapelletje ter ere van de H.Maagd. De dicipelen gingen vanaf dit moment hun
eigen weg, Maria Magdalena ging naar Ste-Baume en Martha
ging naar Tarascon. Maria Salomo, Marie Jacobus
en Sarah bleven in de Camargue, en werden na hun overlijden begraven in het
kapelletje. De tombe van deze drie Heiligen werd een cultusobject en vele
pelgrims trokken de afgelopen 19 eeuwen er naar toe Tijdens de Barbariaanse
oorlog werden de lichamen herbegraven en later in 1448 door Koning Rene de Goede
verplaatst naar de huidige kerk. 
Saintes-Maries-de-la-Mer is tot op de dag van
vandaag nog altijd een bedevaartsoord. 1x per jaar is er oa. een bedevaart van
alle zigeuners uit Europa.
|
|
|