|
Wijwater ritus
Deze
plechtigheid plaats hebben bij alle eucharistievieringen op zondag, ook als zij
vervroegd worden naar de zaterdagavond.
In
dit geval vervalt de boeteritus aan het begin van de eucharistieviering.
Uitnodiging
tot gebed:
Broeders
en zusters, laten wij met aandrang bidden tot God, onze Heer, dat Hij zijn zegen
wil zenden over dit water, waarmee wij besprenkeld worden ter herinnering aan
ons doopsel. Hij moge ons helpen om trouw te blijven aan de Geest die wij eens
hebben ontvangen.
Zegening
van het water (buiten de paastijd):
Almachtige
eeuwige God, het is uw wil dat het water, bron van leven en middel tot reiniging,
ook de ziel van de mens zuivert en hem eeuwig leven schenkt. Wij bidden U, Heer:
zegen X dit water waardoor wij gesterkt willen worden op deze dag die Gij hebt
gemaakt. Laat door dit water opnieuw in ons de bron opwellen van uw genade en
laat ons gevrijwaard blijven voor alle kwaad naar lichaam en geest, zodat wij,
zuiver van hart, tot u kunnen naderen en waardig zijn uw heilsgaven te ontvangen.
Door Christus, onze Heer. Amen.
Zegening
van het water (in de paastijd):
Heer,
almachtige God, wees onder uw biddend volk aanwezig. Wij gedenken het wonder van
de schepping en het wonder van onze verlossing, dat nog groter is. Zegen X dit
water (op Pasen: Wij danken U voor dit water), dat Gij hebt geschapen om aan het
land vruchtbaarheid te schenken en aan ons lichaam verfrissing en reinheid. Met
water ook hebt Gij uw volk barmhartigheid bewezen: door de zee hebt Gij het
bevrijd uit de slavernij en met water zijn dorst gelest in de woestijn. Onder
het teken van water hebben de profeten een nieuw verbond aangekondigd dat Gij
wilde sluiten met de mensen. Door water, dat door Christus werd geheiligd in de
Jordaan, hebt Gij de zondige natuur van de mens in het bad van de wedergeboorte
opnieuw gereinigd. Laat daarom dit water voor ons een herinnering zijn aan het
doopsel dat wij hebben ontvangen, en moge het ons in blijdschap verenigen met
allen die op Pasen door het doopsel zijn vernieuwd. Door Christus, onze Heer. Amen.
Zegening
van het zout (waar dit gewoonte is):
Wij
smeken U, almachtige God, zegen X dit zout dat Gij hebt geschapen. Eens hebt Gij
de profeet Elisa bevolen zout in het water te strooien om het gezond en
levenskrachtig te maken. Geef, Heer, dat overal waar dit mengsel van water en
zout wordt gesprenkeld, de aanwezigheid van uw heilige Geest de macht van de
vijand verdrijft en ons voortdurend beschermt. Door Christus, onze Heer. Amen.
Hierna
doet de priester zout in het water. Vervolgens besprenkelt de priester de
aanwezigen, terwijl hij rondgaat door de kerk. Ondertussen wordt één van de
volgende antifonen gezongen:
Buiten
de paastijd:
Heer,
besprenkel mij met hysop dat ik rein word,
wat
mij dat ik witter wordt dan sneeuw.
Ps. God, ontferm U over mijn in uw grote barmhartigheid.
In
de paastijd:
Ik
heb water zien stromen uit de tempel,
aan
de rechterzijde, alleluia;
en
allen tot wie dit water is gekomen,
zijn
verlost en zullen zeggen: alleluia, alleluia.
Teruggekeerd
bij zijn plaats zegt de priester:
Moge
de almachtige God ons reinigen van zonden en ons, door de viering van de
Eucharistie,
waardig
maken eens aan te zitten aan zijn tafel in het Koninkrijk. Amen.
Hierna
volgt de hymne ‘Eer aan God in den hoge’, tenzij anders is bepaald.
Terug
naar de Gebedenindex
|