|
|
Psalm 96 (95)
Zingt voor de Heer een nieuw gezang,
zingt voor de Heer, alle landen.
Zingt voor de Heer en verheerlijkt zijn Naam,
verkondigt zijn heil alle dagen.
Meldt aan de naties zijn heerlijkheid,
zijn wondere daden aan alle volken.
Want machtig en onvolprezen is Hij
en meer te duchten dan alle goden.
De goden der volken zijn maaksels van mensen,
maar Hij is de schepper van het heelal.
Pracht en verhevenheid gaan voor Hem uit,
macht en luister vervullen zijn woning.
Huldigt de Heer, alle stammen en volken,
huldigt de Heer om zijn glorie en macht,
huldigt de Heer om de roem van zijn Naam.
Brengt Hem uw offer en treedt in zijn voorhof,
gaat Hem aanbidden in heilig gewaad.
Beeft voor de Heer, alle mensen op aarde,
zegt tot elkander: ‘De Heer regeert!’
Onwrikbaar heeft Hij de aarde geschapen,
de volken bestuurt Hij met billijkheid.
Dan straalt de hemel en jubelt de aarde,
de zee neuriet mee met al wat daar leeft.
De velden zwaaien met al hun gewassen,
de woudreuzen buigen hun kruin.
Zij juichen de Heer toe, omdat Hij komt,
Hij komt als rechter der aarde.
Rechtvaardig zal Hij de wereld regeren,
de volkeren eerlijk en trouw.
Terug
naar de Gebedenindex
|
|
|