Psalm 27 (26)

De Heer is mijn licht en mijn leidsman, wie zou ik vrezen;
de Heer is de schuts van mijn leven, voor wie zou ik bang zijn?
Al stormen boosdoeners aan om mij te verslinden;
mijn vijanden struikelen, al mijn bestrijders bezwijken.
Al staan zij in slagorde voor mij, ik ben niet bevreesd,
voeren zij oorlog met mij, toch blijf ik vertrouwen.
Eén ding slechts vraag ik de Heer, meer zal ik niet wensen:
dat ik in Gods huis mag wonen zolang ik leef;
Dat ik de beminnelijkheid van de Heer mag ervaren,
zijn tempel weer met eigen ogen mag zien.
In kwade dagen verleent zijn tent mij beschutting, 
Hij houdt mij verborgen binnen in zijn verblijf;
Hij brengt mij in veiligheid hoog op de rots.
Nu houd ik het hoofd fier opgericht
ondanks de vijanden die mij omringen.
Nu kan ik met offers mijn dankbaarheid tonen,
met zang en muziek voor de Heer in zijn tempel.
Wil luisteren, Heer, naar mijn roepende stem,
heb medelijden en wil mij verhoren.
Tot U spreekt mijn hart, naar U zie ik op,
uw aanschijn, Heer, tracht ik te zien.
Wil uw gelaat niet verbergen voor mij,
verstoot mij, uw dienaar, niet in uw gramschap.
Want Gij zijt mijn helper, verjaar mij dus niet,
verlaat mij niet, God, mijn Verlosser.
Al joegen mijn vader en moeder mij weg,
de Heer zou mij altijd ontvangen.
Toon mij uw weg, Heer, bij tegenstand,
leid mij langs effen paden.
Geef mij niet prijs aan de haat van mijn vijand,
die vals beschuldigt en dreigt met geweld.
Ik reken erop in het land van de levenden
het heil van de Heer te aanschouwen.
Zie uit naar de Heer en houd dapper stand,
wees moedig van hart en vertrouw op de Heer.

 

Terug naar de Gebedenindex

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

niets op deze pagina mag zonder uitdrukkelijke toestemming van Bedevaartweb, worden gekopieerd

of gebruikt worden voor andere publicatie doeleinden. Copyright by BEDEVAARTWEB©