|
|
Psalm 118 (117)
Brengt dank aan de Heer, want Hij is genadig,
eindeloos is zijn erbarmen!
Herhaalt het, stammen van Israël:
eindeloos is zijn erbarmen!
Herhaalt het, zonen van Aäron:
eindeloos is zijn erbarmen!
Herhaalt het, dienaren van de Heer:
eindeloos is zijn erbarmen!
Ik riep tot de Heer vanuit mijn ellende,
Hij heeft mij gehoord en bevrijd.
De Heer is met mij, ik ben niet bevreesd;
wat kan een mens mij nog kwaad doen?
De Heer is met mij, mijn bondgenoot,
ik zie mijn bestrijders beschaamd staan.
Want beter is het te gaan tot de Heer,
dan op een mens te vertrouwen;
En beter is het te gaan tot de Heer,
dan te vertrouwen op vorsten.
Ik werd omsingeld door vreemde volken,
ik heb ze verjaagd door de naam van de Heer.
Zij sloten mij in van alle kanten,
ik heb ze verjaagd door de naam van de Heer.
Als bijen zwermden zij om mij heen,
zij vlamden op als vuur in de doornen,
ik heb ze verjaagd door de naam van de Heer.
Zij stootten mij weg en sloegen mij neer,
maar Hij heeft mij ondersteund.
Mijn kracht is de Heer en mijn lofzang:
Hij heeft mij redding gebracht!
Nu klinkt er gejuich van feest en geluk
in alle tenten der vromen.
De Heer greep in met krachtige hand,
de hand van de Heer heeft mij opgericht,
de hand van de Heer was machtig.
Ik zal niet sterven maar blijven leven
en alom verhalen het werk van de Heer.
Geslagen, getuchtigd heeft mij de Heer,
maar niet ten dode gedoemd.
Maakt open de poort der gerechtigheid,
daarbinnen wil ik de Heer gaan danken.
Dit is de poort van de Heer,
de vromen treden er binnen.
Ik dank U, dat Gij mij verhoord hebt
en dat Gij mij hebt gered.
De steen die de bouwers hebben versmaad,
die is tot hoeksteen geworden.
Het is de Heer, die dit heeft gedaan,
een wonder voor onze ogen.
Dit is de dag, die de Heer heeft gemaakt,
wij zullen hem vieren in blijdschap.
Ach Heer, geef Gij ons uw heil,
ach Heer, geef Gij ons voorspoed!
Gezegend die komt met de naam van de Heer;
wij zegenen u uit het huis des Heren;
de Heer is God, Hij verlicht ons.
Begeeft u in optocht met lovertakken
tot bij de horens van het altaar.
Mijn God zijt Gij en ik dank U,
mijn God, ik verkondig uw roem.
Brengt dank aan de Heer, want Hij is genadig,
eindeloos is zijn erbarmen.
Terug
naar de Gebedenindex
|
|
|