|
beurtzang voor het
Heilige Maagd Maria
Gezang
I:
Gij
zijt moeder geworden, * gij zijt maagd gebleven.
Gij
zijt.
Moeder
van God, wees onze voorspraak. Gij zijt maagd.
Eer
aan de Vader. Gij zijt.
Gezang
II:
De
Heer heeft haar gekozen; * boven allen heeft Hij haar uitverkoren.
De
Heer.
In
zijn tent laat Hij haar wonen. Boven allen.
Eer
aan de Vader. De Heer.
Gezang
III:
Wees
gegroet Maria, vol van genade; * de Heer is met u.
Wees
gegroet.
Gij
zijt gezegend onder de vrouwen en gezegend is de vrucht van uw schoot. De
Heer.
Eer
aan de Vader. Wees gegroet.
Gezang
IV:
Aan
de stam van Jesse is een twijg ontsproten; * een ster is opgegaan uit Jakob.
Aan
de stam.
Uit
de Maagd is de Verlosser geboren. Een ster.
Eer
aan de Vader. Aan de stam.
Gezang
V:
Het
Woord is vlees geworden * en het heeft onder ons gewoond.
Het
Woord.
Dit
was in het begin bij God. En het.
Eer
aan de Vader. Het Woord.
Gezang
VI:
Maria
is opgenomen ten hemel, * de engelen verheugen zich.
Maria.
Zij
loven en prijzen de Heer. De engelen.
Eer
aan de Vader. Maria.
Gezang
VII:
Heden
is de maagd Maria * ten hemel opgenomen.
Heden.
In
eeuwigheid triomfeert zij met Christus. Ten hemel.
Eer
aan de Vader. Heden.
Gezang
VIII:
De
maagd is verheven, * hoog boven de koren der engelen.
De
maagd.
Gezegend
de Heer die haar verheven heeft. Hoog boven.
Eer
aan de Vader. De maagd.
Gezang
IX:
U
zal ik loven, Heer, * want Gij hebt mij bevrijd.
U
zal.
Gij
hebt mijn vijanden niet laten zegevieren. Want Gij.
Eer
aan de Vader. U zal.
Gezang
X:
God
heeft zijn macht getoond; * Hij heeft mij omgord met kracht.
God
heeft.
En
zonder zonde was mijn levensweg. Hij heeft.
Eer
aan de Vader. God heeft.
Gezang
XI:
Gij
hebt mij bemind, * Gij laat mijn vijanden niet juichen.
Gij
hebt.
Gij
hebt mij om mijn onschuld gesteund. Gij laat.
Eer
aan de Vader. Gij hebt.
Terug
naar de Gebedenindex
|