|
Lofzang
uit het getijdengebed
('s
morgens)
Gezegend
die de wereld schept,
de
dag uit nacht tot leven wekt,
het
licht der zon roept en de maan,
de
sterren om op wacht te staan.
Gezegend
die de aarde maakt,
de
grenzen van de zee bewaakt,
ontluiken
doet het jonge groen,
de
kleurenpracht van elk seizoen.
Gezegend
die een woonplaats maakt
voor
wat beweegt en ademhaalt,
de
dieren in het vrije veld,
de
vogels in hun zingend spel.
Gezegend
die de mensen roept
tot
liefde, vruchtbaarheid en moed
om
voor elkander te bestaan
in
eerbied voor zijn grote Naam.
Gezegend
zijt Gij om uw Woord
dat
ons tot vrede heeft bekoord,
tot
leven dat van lijden weet,
tot
liefde die geen einde heeft.
Gezegend
zijt Gij om de Geest
die
van de aanvang is geweest:
de
adem die ons gaande houdt,
ten
einde toe in U behoudt.
Terug
naar de Gebedenindex
|