|
|
Eucharistisch
gebed 4
(met
vaste prefatie (dit is de gewone prefatie VII))
Het
is waarlijk passend U dank te zeggen, het is waarlijk goed uw heerlijkheid uit
te spreken, heilige Vader; Gij zijt een God van leven en waarheid, Gij alleen,
Gij bestaat van voor alle eeuwen en Gij duurt in alle eeuwigheid voort, in het
ontoegankelijke licht is uw woning. Gij zijt de bron van leven, in uw goedheid
hebt Gij alle dingen tot bestaan geroepen, Gij hebt al het geschapene met
zegening verzadigd en uw talloze schepselen gelukkig gemaakt met de glans van uw
licht. Daarom staat rond U een schare van engelen die niemand tellen kan, uw
dienaren, die het gelaat van uw glorie zien en U ononderbroken lofzingen, dag en
nacht. In hun koor willen ook wij onze stem doen horen, met ieder schepsel op
aarde zingen wij U jubelend onze lofprijzing toe: Heilig…
Uw
belijden wij, heilige Vader: groot zijt Gij en alles hebt Gij met wijsheid en
liefde geschapen. Gij hebt de mens gemaakt naar uw beeld en hem de zorg over de
gehele aarde opgedragen, opdat hij in gehoorzaamheid aan zijn Schepper over alle
schepselen zou bevelen. Door ongehoorzaamheid aan U heeft hij uw vriendschap
verloren, maar Gij hebt hem niet aan het geweld van de dood uitgeleverd;
integendeel, Gij zijt hem met alle hulp tegemoet gesneld, zodat wie U zoeken wil,
U reeds heeft gevonden. Menigmaal hebt Gij aan de mensen een verbond aangeboden
en hen, bij monde van uw profeten, gesproken over hun heil in de verte.
Heilige
Vader, zozeer hebt Gij de wereld liefgehad dat Gij, toen de tijd van wachten
voorbij was, uw eengeboren Zoon als Verlosser hebt gezonden. Hij is mens
geworden door de heilige Geest uit de maagd Maria, als mens heeft Hij onder ons
gewandeld, in alles aan ons gelijk, maar niet in de zonde. Aan geringen heeft
Hij een boodschap gebracht van liefde en heil, aan gevangenen de vrijlating
gegeven, aan bedroefden zijn blijdschap. Om uw heilsbeschikking ten volle waar
te maken heeft Hij zich aan de dood uitgeleverd en door zijn opstanding alle
sterven afgebroken en opgebouwd tot een nieuw bestaan. En opdat wij niet meer
voor onszelf zouden leven maar voor Hem, die om onzentwil geslagen werd en tot
uw rechterhand verheven, zond Hij van uwentwege, Vader, de heilige Geest om zijn
werk in deze wereld te voltooien: onze heiligmaking ten einde toe.
Daarom
smeken wij U, Heer, dat uw heilige Geest deze offergaven wil bezielen, opdat zij
het Lichaam en X Bloed worden van onze Heer Jezus Christus, tot viering van het
grote heilsmysterie dat Hij ons naliet als zijn verbond-met-ons voor altijd.
Toen
kwam het uur dat Hij door U, heilige Vader, zou worden verheerlijkt. Hij had de
zijnen in de wereld tot het uiterste toe liefgehad. Terwijl Hij de maaltijd
voorzat nam Hij het brood, brak het, zegende U, en gaf het aan zijn leerlingen
met de woorden: NEEMT EN EET HIERVAN, GIJ ALLEN, WANT DIT IS MIJN LICHAAM, DAT
VOOR U GEGEVEN WORDT.
Zo
nam Hij ook de beker, met wijn gevuld, sprak het dankgebed uit en gaf hem aan
zijn leerlingen met de woorden: NEEMT DEZE BEKER EN DRINKT HIER ALLEN UIT, WANT
DIT IS DE BEKER VAN HET NIEUWE ALTIJDDURENDE VERBOND, DIT IS MIJN BLOED DAT VOOR
U EN ALLE MENSEN WORDT VERGOTEN TOT VERGEVING VAN DE ZONDEN.
BLIJFT
DIT DOEN OM MIJ TE GEDENKEN.
Verkondigen
wij het mysterie van het geloof.
Heer
Jezus, wij verkondigen uw dood
en
wij belijden tot Gij wederkeert,
dat
Gij verrezen zijt.
ofwel:
Als
wij dan eten van dit brood
en
drinken uit deze beker,
verkondigen
wij de dood des Heren,
totdat
Hij komt.
Daarom,
Heer, vieren wij de gedachtenis van onze verlossing: wij gedenken de dood van
Christus en zijn verblijf onder hen die eens waren gestorven, wij geloven en
verkondigen zijn opstanding uit de dood, zijn hemelvaart bij U terug, in uw rijk
zonder einde; wij zien vol verwachting uit naar zijn wederkomst in heerlijkheid.
Wij brengen U het offer van zijn Lichaam en Bloed, een gave die Gij gaarne
aanvaardt, een gave van heil voor de wereld.
Heer,
zie welwillend en genegen neer op dit heilig offer, dat Gij aan ons, uw kerk,
hebt toevertrouwd. Verleen genadig dat zij die van dit brood eten en uit deze
beker drinken, door uw heilige Geest tot één lichaam worden verzameld, in
Christus voltooid tot een levende offerande, tot uw lof en eer.
Wijd
uw gedachten, o Heer, aan allen voor wie wij dit offer aan U opdragen: vooreerst
voor uw dienaar, onze paus N., voor onze bisschop., voor de bisschoppen van de
gehele kerk, voor de priesters en diakens, voor allen ook die U dit offer
aanbieden, voor heel het gelovige volk en voor hen die U met een oprecht hart
zoeken.
Denk
ook aan hen die in vrede met Christus, uw Zoon, zijn gestorven en aan alle doden
waarvan de gelovige gezindheid door U alleen was gekend.
Barmhartige
Vader, verleen ons, uw kinderen, dat wij de heerlijkheid zien die Gij ons
beloofd hebt tezamen met de maagd Maria, de moeder van God, die Gij hebt
verheerlijkt, met uw apostelen en heiligen in uw koninkrijk, waar wij met de
gehele schepping, die Gij uit zonde en dood hebt opgericht, uw lof zingen door
Christus onze Heer, in wie Gij aan de wereld alle goed geeft, gisteren, nu en
altijd.
Door
Hem en met Hem en in Hem zal uw Naam geprezen zijn, Heer onze God, almachtige
Vader, in de eenheid van de heilige Geest hier en nu en tot in eeuwigheid. Amen.
Terug
naar de Gebedenindex
|
|
|