Turijn
Dom van St Jan de Doper
|
De lijkwade van Turijn
Een van de meest spraakmakende relikwieen van de 20e eeuw is wel de lijkwade van Turijn. De lijkwade is volgens de kerk de doek waarin Jezus gewikkeld werd toen zijn lichaam van het kruis werd gehaald en waarin hij in het graf werd bijgezet. De lijkwade is een doek van 4,36 meter lang en 1,10 meter breed. het vertoont brandpleken, die zijn ontstaan tijdens de brand in 1532. Op de lijkwade is het gezicht te zien van een man. De lijkwade dook voor het eerst op in Frankrijk in de 14e eeuw en zou door kruisvaarders meegenomen zijn.
In 1578 wordt de lijkwade naar Turijn over
gebracht en al daar ten toon gesteld. Gedurende de Renaissance (17e eeuw) trok de lijkwade miljoenen pelgrims, wat de economie van Turijn natuurlijk ten goede kwam. Toch ebde de belangstelling voor deze relikwie langzaam weg. De lijkwade werd niet meer permanent ten toon gesteld. In 1898 werd tijdens de ten toonstelling iets bijzonders ontdekt. Een foto graaf die officieel belast was met het maken van een foto van de lijkwade (alvorens deze definitief opgeborgen zou worden) ontdekte dat bij elektrisch licht er bepaalde onduidelijke vormen/vlekken op het doek zichtbaar werden. Na de platen (in die tijd werkte men met zgn platen camera's en was film nog niet "uitgevonden") te hebben ontwikkeld, werd op de negatieven zichbaar dat het hier niet om onduidelijke vlekken ging, maar dat het lichaam en een gelaat zichbaar werden. De "negatieven" gaven de voorkant en de rugzijde van een lichaam te zien. De verschillende lichaamsdelen waren duidelijk te onderscheiden. De donkere vlekken op de lijkwade stemden overeen met de plaats van hoofd, schouders, borstkas, armen, dijen en benen. De lichtere, roodachtige vlekken bovenop de donkere, kwamen overeen met handen, voeten, zijde en een kring rondom het hoofd. Op de lijkwade bevinden zich ook nog symmetrische vlekken die het bovenste gedeelte van de armen bedekken. Zij zijn licht van kleur op het doek en donker op een negatief, en duiden de plaatsen aan waar het doek werd beschadigd bij een brand te Chambéry en waar het later werd gerestaureerd. De publikatie van de foto's wekte sensatie. Er ontstond een gepassioneerde en verhitte pennestrijd. Enkele gingen zo ver dat ze erop durfden zweren dat de foto's vervalsingen waren. Het publiek zag zich geplaatst tussen de argumenten pro en de argumenten contra. Sindsdien is de lijkwade altijd een onderwerp van discussie geweest voor diverse onderzoekers(wetenschappers). In 1988 werd de leeftijd van het doek middels de koolstof methode vastgesteld. Ondanks dat deze methode een andere leeftijd vaststeld dan die van 2000 jaren oud, zijn er andere onderzoeksresultaten die bevestigen dat de lijkwade authentiek is/moet zijn. Ondanks de discussie is en blijft de lijkwade een belangrijk relikwie voor vele gelovigen.
|
||
|
|
|
|