|

Z. Priester E.J.M.Poppe
geb:18-12-1890
Temse. - V10-06-1924
Moerzeke
Te Temse, beneden het visserstraatje, nu Priester Poppestraat, staat nog altijd vlak bij de Scheldekaai het kleine winkelhuis met zijn ijzeren raam. In dit huurhuis hield moeder Poppe een buurtwinkeltje open waar de kaailopers en schippers zich graag kwamen bevoorraden. Vader, Désiré Poppe, had daar een kleine bakkerij. Het gezin telde zes meisjes en twee jongens.
Edward was de oudste zoon, geboren op 18 december 1890. Vader Poppe rekende op hem om later de zaak uit te breiden. Doch al vroeg droomde de jongen ervan priester te worden. Hoe kon dat ooit...?
De directeur van de scholen, E.H. De Sutter kwam voor zijn roeping ten beste spreken. Vader Poppe, een christen uit één stuk, luisterde en bracht het offer van zijn eigen plannen.
In 1905 trok Edward naar het college van Sint-Niklaas. Hij was 15 jaar oud en had al drie klassen bij de broeders van Liefde achter de rug. Toch wilde hij een eenvoudige bakkersjongen blijven als vooreen. "Als ge priester wilt worden moet gij er een zijn voor de arme mensen" drukte vader hem op het hart. "Wilt gij als priester een gemakkelijker leven leiden dan nu, blijft dan in de bakkerij!" Zijn leven lang zal priester Poppe vertellen hoe hij als eenvoudige bakkersjongen, met kar en hond door de straten van Temse was getrokken.
Seminarist
.In het tweede jaar van zijn studies dreigden plots alle verwachtingen ineen te storten. Op 10 januari 1907 stierf vader. Toen spande het hele gezin samen, twee zusters gingen zelfs in dienst, om de toekomstige priester te laten voortstuderen. Na afloop van zijn humaniorastudies kon Edward in 1909 naar het seminarie gaan. Doch uit verantwoordelijkheidsgevoel jegens zijn familie nam hij de edelmoedige beslissing zelf de militaire verplichting op zich te nemen. Zo belandde hij na het groot verlof, te Leuven in de kazerne, van 4 oktober 1910 tot 13 maart 1912. Al die tijd studeerde hij ook wijsbegeerte aan de
universiteit. Onmiddellijk daarop ontving hij de priestertoog in het Leo XIII-seminarie. Aan het eind van het volgend schooljaar behaalde hij met grote onderscheiding het doctoraat in de wijsbegeerte.
In oktober 1913 begon hij de studie van theologie in het seminarie van zijn eigen bisdom Gent. Maar onder het groot verlof van zijn eerste jaar brak de oorlog uit. Edward werd in augustus 1914 opgeroepen. Nog dezelfde maand werd hij totaal uitgeput van de eerste krijgsverrichtingen, opgenomen in de pastorie van Bourlers (Henegouwen) voor een herstelperiode van drie maanden. Na verschillende oorlogsstrubbelingen kon hij nog anderhalf jaar gelukkige seminarietijd doorbrengen. Op 1 mei werd hij er priester gewijd. Dit was de hoogdag van zijn leven.
Voor Edward betekende priester zijn de totale zelfgave voor het heil van de anderen. De volste inzet, tot het offer van zichzelf. Hij noemde het, zoals Theresia van Lisieux, zijn "slachtoffering". Al eerder, nog te Leuven, had hij zijn leven innerlijk ten beste gegeven. Hij had zich toen eens en voor altijd verloren gegeven, als een "liefdeslaaf" in de handen van zijn Moeder, Maria, om met haar hulp uit te groeien tot een trouwe volgeling van Jezus.
Een onderpastoor voor vernieuwing.
Enkele weken na zijn wijding, 16 juni 1916, werd Poppe benoemd tot onderpastor van de volkrijke randgemeente van de stad Sinte -Coleta. Arbeiders! Dat was van jongsaf zijn droom geweest. Van pater M. Claeys Boùaert had hij onthouden dat de hoofdzaak was: " een persoonlijke verschijning als getuige van Christus te zijn".
De werkelijkheid waarin hij nu plots gedompeld werd, was akelig. Oorlogstijd, armoede, honger en koude, vaak verbittering. Zijn vurigheid liep daarenboven als verloren in de onoverzichtelijke onverschilligheid van de massa. En hij voelde zich als jong priester ook zo alleen met zijn ideaal…, onbegrepen. Dat was het offer! Meer en meert, dacht hij aan een graankorrel… die eerst in de aarde dient te vallen en te sterven,
eer hij vruchten voortbrengt.
Ware groten zijn zij ook die in eigen onmacht kansen zien en deze weten te benutten. De kleine onderpastoor liet alvast geen gelegenheid ontgaan om zichzelf te geven en zielen aan te grijpen door zijn eerlijk getuigenis.
Aan de armen en hongerigen gaf hij alles tot zelfs, met goeddunken van zijn biechtvader, eigen meubels, bed en matras. Hij vernederde zich ook tot bedeltocht bij meer gegoede parochianen
Bij zieken en stervenden zag hij een uitzonderlijke kans voor Christus. Daar toonde hij zich vol menselijke goedheid, maar als het er op aankwam zette hij zich erbij op de knieën, voor het kruisbeeld. Hij kon de zielen "afbidden" totdat attentie, getuigenis en genade samen de zaak ten goede brachten.
Als een man van het Evangelie had hij oog voor al wat klein was, voor de kinderen eerst. Voor hen nam hij een nog vrij ongekend en vooruitstrevend initiatief. Hij stichtte een bond voor veelvuldige communie. Doch dadelijk zag hij in, wat het concilie 40 jaar later zou bevestigen, dat het eerst en vooral op aan kwam aan kinderen op een gepaste wijze het Evangelie te verkondigen en vooral ze tot christenen op te voeden. Daartoe dienden er dringend opvoeders gevormd te worden. Als eerste in ons land, werd de jonge onderpastoor de bezieler van een vormingscentrum voor catechisten: het Interparochiaal Gents Eucharistisch Catechistenweek.
Al zijn werken schenen vruchtbaar te worden. Maar pas nu kwamen ook de zwaarste offers opdagen. Het catechistenwerk werd hem door de bisschop uit de handen genomen, en enkele maanden later diende onderpastoor Poppe, amper twee jaar na zijn eerste benoeming, met een afgetakelde gezondheid de parochie vaarwel te zeggen om op rust te gaan.
Een Eucharistisch opvoeder.
Op 7 oktober 1918, kwam in het afgelegen Moerzeke de nieuwe rector der zusters aan. Zou het een begrafenis worden voor de actieve onderpastoor uit de stad? Hij antwoordt in zijn
aantekeningen "Heer, Gij kent mijn neerzitten (Moerzeke) en mijn weder opstaan!"
Een wonder gebeurde er te Moerzeke. Daar werd het offer van de
jonge priester voltrokken, tot aan de sprong in de afgrondelijkheid van het kruis (Januari 1922). Maar daar werd de grauwe verlatenheid vruchtbaarheid! De kleine gemeente werd een geestelijk aantrekkingspunt en Poppes hele apostolaatinzet, die te Gent tot ondergang verwezen scheen, bloeide hier steeds weliger, als het ware honderdvoudig.
De lessen aan de catechisten werden een boek, dat later verscheen in vier talen. Bij dit catechistenboek, voegde zich een gebedenboekje, Bij de Kindervriend. Het werd wereldbekend, werd uitgegeven in 15 talen en bereikte een gezamenlijke oplage van meer dan een miljoen exemplaren.
De kleine Communiebond van Gent werd door Poppes activiteiten vervangen door de Eucharistische Kruistocht Pius X, die geleid werd van Averbode, en zich verbreidde in het hele land en tot in de missielanden. Vanaf het begin werd Edward Poppe de onbetwistbare bezieler ervan, onder meer doorzijn wekelijkse artikeltjes in Zonneland.
De opvoeding van de E.K. kon in zijn geest niet beperkt blijven tot de kinderen; er kwam ook een E.K -werking voor volwassenen. Vooruitlopend op de katholieke Actie, onstond ook een hele waaier van gespecialiseerde E.K zielenzorg: voor normalisten en studenten, voor arbeiders, militairen en vooral voor het onderwijzend personeel.
Bezieler voor priesters.
De allergrootste bezorgdheid van Edward Poppe bleef aan de priester gewijd. Geen kinderopvoeding zonder degelijke catechisten; maar ook geen bezielde catechisten, geen indijking van de groeiende, algemene geloofsafval, dacht hij, dan door arme en heilige priesters. Halfslachtige, en zelf "brave", alledaagse priesters zouden het niet halen in deze tijd. Er moesten
mannen komen met brandende overtuiging. In alle Vlaamse seminaries groeide in die jaren een ideaal. Toen
Poppe vernam dat eind april 1919 uit verschillende bisdommen jonge priesters wilde steken, kon niets hen weerhouden erbij te zijn. Als allen daar uitgepraat waren vroeg ook hij schuchter het woord. Wat hij daar zei sloeg in als een gloed. Alle aanwezigen
herkenden hun eigen ideaal als gesublimeerd in hem. Voortaan, zolang Poppe leefde, zou niemand anders van de groep het nog wagen daar onderrichtingen te geven. Eens te meer was Edward als vanzelfsprekend voor allen de uiterst eenvoudige maar vergelijke bezieler. Zijn geheim: te Leuven op 30 april 1919, had hij zijn leven geofferd, als "een langzaam martelaarsschap", speciaal voor de priesters.
Hoe arm en nederig hij ook was, de invloed die van zijn eerlijkheid uitging groeide met de dag. Begin oktober 1922 werd de rector van Moerzeke, ondanks herhaalde hartcrisissen en zijn wankelende gezondheidstoestand, door kardinaal Merciet, benoemd tot geestelijk directeur van alle Belgische seminaristen en religieuzen in militaire dienst te Leopoldsburg (Cibisten). Hier kreeg zijn ijver nog ruimere uitstraling. Niet alleen werd hij bekend in alle bisdommen en religieuze orden van ons land. Ook toekomstige missionarissen deden bij hem hun ideaal op en leerden daar de Eucharistische methode voor de catechese kennen. Zo werd dan het boek dat Poppe over deze methode schreef, later in tien talen gepubliceerd en uitgedragen naar Afrika en Amerika en zelfs tot in het verre Oosten.
Als een
graankorrel.
Met de kerstdagen 1923 was Edward op familiebezoek gekomen bij zijn moeder. Op 1 januari 1924 trof hem daar opnieuw een hartcrisis. Vijf maanden bleef hij ziek, in het klooster van Moerzeke. Op 6 maart, na een nieuwe crisis, werd hij bediend. In het aanschijn van de dood offerde hij God daar bewust zijn aanstaande heengaan. "Als een graankorrel die door dood en afsterven, is hij in verscheidene gebieden van het buitenland nog verdwijning diende vermenigvuldigd te worden in vele, betere apostelen van het Rijk". Hij bezweek op 10 juni 1924.
Zaligverklaring
Op 03
oktober 1999 werd de eerbiedwaardige priester Poppe door Paus Johannes
Paulus II zalig verklaard.
Aanroepen
Priester
Poppe wordt aangeroepen bij diverse lichamelijke en geestelijke kwalen
Grafkapel
In
Moerzeke bevindt zich de grafkapel van Priester Poppe. De feestdag wordt
gevierd op 10 juni. Andere plaatsen van verering zijn Gent, Temse,
en St Niklaas
bron:
dany van Avermaete
|