|
O.L. Vrouw van DADIZELE. (basiliek O.L. Vrouw Onbevlekt Ontvangen)

Dadizele ligt in het Bisdom Brugge en reeds een oude bedevaartplaats
gewijd aan Maria. De geschiedenis wijst uit dat, weliswaar volgens
legenden, versshijningen van Maria ten grondslag liggen aan het ontstaan
van deze bedevaartplaats.
Korte geschiedenis:
Het is onmogelijk om precies te zeggen wanneer het bedevaartsoord in Dadizele ontstaan is.
Wel vinden we een eerste spoor van Dadizele in de 9de eeuw, toen Dadizele afhing van de Sint-Pietersabdij van Elnon. Het staat ook vast dat Dadizele al in de 12de eeuw een kerk of kapel had. De parochie hing toen af van het bisdom Doornik. Deze oorspronkelijke kerk werd in de vijftiende eeuw vervangen door een nieuwe kerk. Jan van Dadizele metste op Pasen de éérste steen daarvoor.
In de 19de eeuw wordt deze kerk afgebroken en worden er onder impuls Mgr. Malou door de Engelse architect Welby Pugin plannen gemaakt voor een basiliek te bouwen.
Op 8 september 1859 werd de eerste steen gelegd en na vele moeilijkheden wordt de kerk ingewijd in 1880.
In 1882 wordt de kerk verheven tot de rang van Mindere Basiliek door paus Leo XIII.
In 1902 wordt het miraculeuze beeld van Onze Lieve Vrouw gekroond en gewijd door Mgr. Waffelaert.
De kerk was na WO I onbruikbaar en werd in opdracht van Mgr. Waffelaert hersteld en opnieuw opgebouwd. De werken vatten aan in 1920 en werden in 1924 beëindigd.
Helaas bracht WO II opnieuw schade toe aan de basiliek, die opnieuw hersteld diende te worden. Sedert 1998 is men begonnen met een nieuwe restauratie van de basiliek.
De legenden,waarvan de vroegste uit de 14e eeuw stamt, welke een
belangrijk deel uitmaken van de historie van Dadizele als bedevaartplaats
zijn hieronder beschreven.
1ste legende 1353
De kerk Dadizele werd opgericht.
Legende van de twee witte en twee zwarte ossen.
Heel lang gelegen, verteld de legende, woonde er te Dadizele een rijk en vroom man. Hij had uiteraard meerdere dienstknechten en -meiden, die hard werkten op en om de boerderij.
Zijn rijke veestapel telde onder meer twee prachtige, robuuste, pikzwarte ossen. En juist die twee ossen leken op zekere morgen spoorloos. Eén van de knechten diende zich te verantwoorden. Onoplettendheid kon de meester niet dulden. Doch, algauw bleek de verdwijning van de twee zwarte ossen niet zo maar op een vergetelheid berustte. Hoe de landbouwer en zijn knechten ook de omgeving afzochten, van de twee ossen vonden ze niet één spoor. Het nieuws verspreidde zich als een lopend vuurtje en kwam ook een kluizenaar ten ore. De brave man besloot tot Maria te bidden, die een heel bijzondere plaats in het leven van de kluizenaar bekleedde.
En toen gebeurde het. Onze Lieve Vrouw vertoonde zich onder gedaante van een vrome vrouw. En die zei: 'Ga naar de meester van de boerderij en vertel hem dat hij nooit zijn twee zwarte ossen zal terugvinden. Maarvraag hem naar het ezelbos te gaan, dat zich niet ver van de boerderij bevindt. Aan de rand van her bos zal hij twee sneeuwwitte ossen vinden. Die zijn voor hem. Vraagt de meester ook op die plaats een kapel te bouwen, die aan Onze Lieve Vrouw moet worden toegewijd. Zeg hem dan dat Onze Lieve Vrouw dit alles gevraagd heeft.
De kluizenaar bracht de boodschap over. En ja, onmiddellijk begaf de rijke man zich naar het ezelbos. Daar stonden twee hagelblanke ossen.
Diezelfde dag nog begon de landbouwer met de plannen om aan de rand van het bos een kapel op te trekken. Hij vond het een formidabele eer de wens van Onze Lieve Vrouw te kunnen vervullen. En zie, eens de kapel er stond, doken de mensen op om er Onze Lieve Vrouw troost en hulp af te smeken. Zelfs van heel ver zochten ze de kapel op, die vaak te klein was om
iedereen een plaatsje te geven. Het duurde dan ook niet lang of er werden plannen gesmeed; naast de kapel moest maar een echte kerk worden opgetrokken. Dank zij de milde giften van de bezoekers, gebeurde dit dan ook.
Die allereerste kerk van Dadizele werd wellicht gebouwd tussen het jaar 1245 en 1280. Dit grootse werk geschiedde onder het bestuur van Margarita, gravin van Vlaanderen (>10 februari 1280), en dank zij de mildheid van de gravin, de Heer van Dadizele en giften van de pelgrims.
2de legende
De wonderbare wijding van de kapel.
Legende van de rode zijde draad.
Toen de kapel helemaal opgetrokken was en daar het om een bidplaats ging, die er op uitdrukkelijk verzoek van Onze Lieve Vrouw kwam, mocht de kapel wel door de Doornikse bisschop worden gewijd. Zo meenden de mensen uit de streek.
Vandaar dat op een stralende morgen een afvaardiging naar het bisschoppelijk paleis trok.
Maar zie, op weg naar de bisschop, ontmoetten ze een vrome vrouw. En die zei: "Beste mensen, het is niet echt nodig om de bisschop te verzoeken uw kapel te wijden. Zij is immers reeds gewijd door Onze Lieve Vrouw zelf, de moeder van God"
Toen de vrouw enige twijfelende gezichten zag, ging ze verder: "Omdat u zou geloven wat ik u vertel, zal ik een teken geven. Keert u terug, u zult er een rode, zijde draad vinden gespannen rondom de kapel. De plaats binnen de draad is gewijd". Ogenblikkelijk keerden de afgevaardigden terug. Ze zochten allereerst de pastoor op en vertelden hun verhaal.
Warempel, rondom de kerk vonden ze een rode, zijden draad, en die draad kende geen begin of einde. Dit nieuws werd aan de grote klok gehangen.
Onze Lieve Vrouw had de kapel zelf gewijd.
Nog meer dan voorheen stroomden gelovigen toe. en onder hen bevonden zich heel van blinden, doven, gehandicapten, zieken
die Onze Lieve Vrouw om genezing smeekten.
En, vertelt de legende verder, die rode, zijden draad had een bijzondere
gene- zingskracht. Zieken kregen er een stukje van mee maar de draad verminderde nooit. Helaas, samen met andere kerkschatten werd de wonderbare draad- later in de geschiedenis gestolen.
Niettemin blijft de rode, zijde draad, ook vandaag de dag, een bijzondere plaats innemen. Vele gelovigen nemen een stukje mee, de zinvolle traditie in ere houdend
3de legende.
De parochie krijgt een koster.
Legende van de analfabeet Jan Onraet, die plots lezen en zingen kon.
Kerstmis stond voor de deur, de tijd van heilige stilte en vrede.
De tijd van stemmige kerstmuziek. Hoe graag wou de pastoor zijn gelovigen die kerstsfeer laten smaken. Helaas kon niet één van zijn parochianen kon een noot muziek lezen, laat staan zingen. "Kom", zei de pastoor toen, "Ik vraag het aan Onze Lieve Vrouw. Zij zal mij wel iemand sturen, die me een handje kan helpen tijdens de dienst. Die Lieve Dame zal me niet in de steek laten"
Jawel, het gebed van de pastoor werd verhoord, want zie, de daar opvolgende nacht werd een godsvruchtige parochiaan uit zijn slaap gewekt. "Wat, wat over-kom mij?" stamelde en zekere Jan Onraet. " Wie bent u?" "Jan", glimlachte Onze Lieve Vrouw, "de parochie heeft u hard nodig. Kom, sta op en ga naar de kerk. U moet er voortaan de pastoor een handje toesteken. U moet voortaan zingen" Jan keek alsof hij in Keulen hoorde donderen. Hij wreef de slaap uit de ogen en schudde het hoofd. "Menslief", zuchtte hij, "wat een mens zoal wat kan dromen. Stel je voor.ik zingen.
"Ik kan nog lezen nog zingen". Meteen zonk Jan alweer in een diepe slaap.
"Dat misverstand even uit de weg ruimen", knikte Onze Lieve Vrouw. En voor de tweede maal riep zij Jan aan. "Maar,maar", stamelde Jan. "Graag wil uw wens inwilligen, prachtige Dame, maar ik letters noch noten lezen".
En toen stelde Onze Lieve Vrouw hem gerust: "Jan, vrees niet. Kom, sta op. En vergeet het boek niet dat onder uw hoofdkussen
ligt. Met dat boek kunt u het beslist". Warempel, onder het hoofdkussen vond Jan een boek. Vliegensvlug liep hij naar de pastoor. "Pastoor" begon Jan, "laten wij onmiddellijk de klokken luiden en de mensen naar de kerk roepen. Laten we liederen zingen ter ere van onze Meester zijn Moeder" ."Ach, brave Jan", zuchtte de pastoor. "Kon dat maar, hiervoor heb ik toch een koster nodig?"
Toen was het de beurt aan Jan Onraet om de pastoor te overtuigen. "Vertrouwt u maar op mij", stelde Jan de pastoor gerust. Meteen vertelde Jan in geuren en kleuren wat hem overkomen was. "Dank u wel", zei de pastoor zachtjes, "Duizend maal dank, Onze Lieve Vrouw".
De parochianen stapten bij het horen van de feestklokken nieuwsgierig kerkwaarts Had de pastoor dan toch een koster kunnen aanwerven?
Groot was de verbazing en de bewondering voor hetgeen Onraet toen verrichtte. Als volwaardige koster zong hij uit volle borst. Sedertdien werd Jan de rechterhand van de pastoor. Nog vele, vele jaren lang.
Zo heeft men ook een spreuk in Dadizele die luid al volgt:
September,
Die men Pietmaand heet,
Dadizele op zijn beste kleedt,
Kortrijk, Menen en Roeselaar
gaan der te voete
en te peerde naar,
elk met een draadje
naar huistoe keert
en Onze Vrouwe
haren geboortedag eert.
Meer over pelgrimages naar Dadizele vindt u op de officiele
pagina van Dadizele
Bron en dank aan Danny van Avermaete
|