|
|
|
De Twaalf Apostelen
Simon de Kanaeeer
In die dagen ging Hij naar het gebergte om te bidden en bracht de nacht door in gebed tot God. Bij het aanbreken van de dag riep Hij zijn leerlingen bij zich en koos er twaalf uit, aan wie Hij tevens de naam van apostel gaf: Simon, aan wie Hij tevens de naam Petrus gaf, diens broer Andreas, Jakobus, Johannes, Filippus, Bartolomeus,
Mattias, Thomas, Jakobus de zoon van Alfeus, Simon met de bijnaam "IJveraar", Judas de broer van Jakobus en Judas Iskariot, die een verrader werd. (Lc.6,12-16)*
Simon behoorde vroeger tot de partij van de Zeloten, die met geweld de verwezenlijking van de Messias wilde doordrijven. Vandaar de naam IJveraar. Simon is de zoon van Maria van Klopas, de zuster van de Maagd Maria. Matteus noemt hem "broeder des Heren"'broeder betekent hier 'neef'.
Simon is Patroon van: In ernstige nood en vertwijfeling verkerende, ververs, leerlooiers, leerbewerkers, wevers, metselaars, houthakkers en boswerkers.
I
|
|
|