|
|
|
De Twaalf Apostelen
Judas Iskariot
Judas Iskariot was een van de twaalf discipelen (leerlingen) van Jezus, die drie jaar lang met hem rondtrokken door Palestina. Hij was degene die Jezus heeft verraden, waarna die gekruisigd werd.
De vader van Judas Iskariot was Simon Iskariot. Waarschijnlijk wordt met hun achternaam de woonplaats van de familie aangeduid: 'man van Keriot'. Keriot was een plaatsje in de buurt van Hebron en ook in het voormalige Moab was een plaats met die naam.
De gelegenheid voor het verraad kwam de nacht voor Pesach (Pascha). Tijdens de avondmaaltijd met de leerlingen, 'het laatste avondmaal' genoemd, had Jezus gezegd: "één van u zal Mij verraden". Even later spoorde hij Judas aan te doen wat hij van plan was te doen en Judas vertrok. Na de maaltijd ging Jezus met zijn leerlingen Petrus, Johannes en Jacobus naar de Olijfberg net buiten Jeruzalem om te bidden. Na enige tijd verscheen een groep overpriesters en tempelhoofdlieden, met Judas aan het hoofd, die Jezus ter begroeting kuste, waarna gewapende lieden hem arresteerden. Dit leidde uiteindelijk tot Jezus' kruisiging.
Na Jezus' overlevering aan de Romeinse stadhouder Pilatus kreeg Judas grote spijt over zijn daad. Hij ging naar de priesters en zei dat hij gezondigd had en onschuldig bloed had verraden; hij wilde de beloning teruggeven, maar ze draaiden zich om. Daarop smeet hij het geld op de tempelvloer, liep weg en hing zichzelf op. De overpriesters wilden het 'bloedgeld' niet in de offerkist doen omdat de joodse wet dat verbood en gebruikten het daarom om een akker te kopen die zou dienen als begraafplaats voor vreemdelingen. De akker werd al gauw 'Akeldama' ('bloedgrond' of 'bloedakker') genoemd, omdat het verhaal ging dat Judas' lichaam na zijn zelfmoord lang was blijven hangen en dat het touw was geknapt, waardoor in staat van ontbinding verkerende lichaam op de grond was gevallen, waarbij zijn ingewanden naar buiten waren gekomen. Mogelijk was Judas zelf al bezig geweest met het geld deze akker te kopen en was na zijn dood de eigenaar van de akker (mogelijk een pottenbakker; mogelijk werd het stuk land gebruikt door pottenbakkers voor de goede aarde) bij de leiders komen klagen dat het land nu onverkoopbaar was en had men een oplossing bedacht
|
|
|