|
|
|
De Twaalf Apostelen
Jakobus(zoon van Alfeus)
Jakobus sprak: Mannen broeders, luistert naar mij. Simeon heeft ons uiteengezet, hoe God eertijds genadig heeft neergezien en uit de heidenen zich een volk heeft gekozen. Hiermee stemmen de woorden der profeten overeen, zoals geschreven staat: Daarna zal Ik terugkeren en het vervallen huis van David weer opbouwen, Ja, zijn ruinen zal Ik weer opbouwen en volledig herstellen, opdat de rest van de mensen de Heer zullen zoeken samen met alle heidenen, over wie mijn Naam is uitgeroepen. Zo spreekt de Heer die deze dingen doet, van eeuwigheid zijn ze bekend. Daarom ben ik van oordeel, dat men hun die zich uit het heidendom tot God bekeren, geen onnodige lasten moet opleggen, maar hun wel de voorschrijven zich te onthouden van wat door de afgoden besmet is, van ontucht, van wat verstikt is en van bloed. Want van oudsher heeft Mozes in elke stad mensen die hem op de sabbat in de synagoge voorlezen en prediken. (Hand.15,13-21)*.
Jacobus was volgens de overleveringen de eerste bisschop van Jeruzalem. Zijn vader was Alfeus (Klopas) en van Maria van Klopas (de "zus" van Maria). Hij was dus een neef van Jezus. Van hem is een brief bewaard gebleven, die in de lijst van de Katholieke Brieven is opgenomen. Deze brief bevat veel wijze levenslessen vooral over de bekoringen, het geloof dat door de werken vruchtbaar en levend moet zijn, de hebzucht, de rijkdom en het geduld.
Zijn relieken rusten in de kerk van de Twaalf Apostelen.
Patronen van: Kruideniers, winkeliers, marktkooplui, hoedenmakers, banketbakkers, pasteibakkers.
|
|
|