|
ZALIGE |
Overledene die in een kerkelijk proces zalig is verklaard, in beperkte mate vereerd mag worden en in aanmerking kan komen voor een proces tot heiligverklaring. |
|
ZALIGER |
Afkorting van 'ter zaliger gedachtenis', gezegd van een in de Heer overleden persoon. |
|
ZALIGHEDEN |
Zie: zaligsprekingen |
|
ZALIGMAKER |
Eretitel van Jezus als verlosser der wereld. |
|
ZALIGSPREKINGEN |
De acht zegeningen die Jezus in de bergrede (Mattheus 5, 3-11) heeft uitgesproken over
(1) de armen van geest;
(2) de zachtmoedigen;
(3) de treurenden;
(4) de hongerenden en dorstenden naar rechtvaardigheid;
(5) de barmhartigen;
(6) de zuiveren van harte;
(7) hen die vervolging lijden omwille van de rechtvaardigheid. |
|
ZEDELIJKE DEUGDEN |
hoofddeugden. |
|
ZEGEPRALENDE KERK |
gemeenschap der heiligen |
ZIEKENCOMMUNIE
|
Het uitreiken van commuunie voor zieke gelovigen die niet de
eucharistieviering kunnen bijwonen. |
ZIEKENZALVING
|
Ook wel bedienen genoemd. het laatst toegediende sacrament. Veelal verward met
de ziekenzegening (zieken tridiuum) |
|
ZOETE NAAM |
De naam Jezus. |
|
ZONDAGSRUST |
Zie: vijf geboden der heilige kerk |
|
ZONDEN TEGEN DE HEILIGE GEEST |
Zonden die de bekering bemoeilijken, namelijk: aan Gods genade wanhopen; op Gods barmhartigheid te gemakkelijk vertrouwen; een geloofswaarheid bestrijden; de medemens Gods liefde benijden; doorgaan met het bedrijven van kwaad; berouw en boetvaardigheid verachten. |
|
ZWEETDOEK |
De doek waarmee volgens de legende Veronica Jezus' gelaat afdroogde tijdens de kruistocht en waarop Zijn afbeelding achterbleef (de vijfde statie van de kruisweg).
terug naar ABC  |