A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V X Y Z

 

L

LAATSTE AVONDMAAL  Maaltijd van Jezus met de apostelen op de donderdag vóór Zijn lijden, herdacht op Witte Donderdag. Tijdens deze maaltijd stelde Jezus de sacramenten van de eucharistie en het priesterschap in
LAATSTE EVANGELIE  Het voorlezen van de proloog van het Sint-Jansevangelie (1, 1-14) waarmee sinds de 13de eeuw tot voor kort de mis besloten werd.
LACRIMAE CHRISTI  Latijn: tranen van Christus: donkerrode Italiaanse wijn, oorspronkelijk uit de streek rond de Vesuvius. 
LAETARE  halfvasten.
LAM GODS  Symbolische naam voor Jezus; liggend voorgesteld verbeeldt het lam Jezus als zoenoffer, staand als overwinnaar van de dood (soms met zegevaan). 
LAUDA SION  Latijn: Prijs Sion: beginwoorden van de lofzang op Sacramentsdag, naar de tekst van Thomas van Aquino.
LAUDEN  getijden.
LAUS DEO  Latijn: Ere aan God: gebruikt als aanhef of besluit van kerkelijk schrijven
LECTOR  Latijn: voorlezer. 
LEERGEZAG  Door de kerk aan God ontleend gezag om de ware leer te verkondigen en te bewaren
LEERHUIS  Theologische of godsdienstige discussiegroep
LEGERBISSCHOP  Tot bisschop gewijd hoofd van de aalmoezeniers van de krijgsmacht.
LIBERA NOS DOMINE Latijn: Bevrijd ons Heer: herhaalde aanroeping, bijvoorbeeld in de Litanie van Alle Heiligen. 
LICHTMIS Feest op 2 februari ter herdenking van het zuiveringsoffer dat Maria na de geboorte van Jezus volgens de Joodse wet moest brengen (Leviticus 12, 2-4): de naam lichtmis komt van de kaarsenwijding en de lichtprocessie vóór de mis. 
LIJDENSWEEK  goede week.
LIMINA  In Ad Limina, Latijn: Naar de drempels: naam van het bezoek van de bisschoppen dat om de vijf jaar in Rome dient te worden gebracht om aan de paus verantwoording van het beleid af te leggen. 
LITANIE  Liturgisch beurtgebed bestaande uit een reeks korte aanroepingen en antwoorden, besloten met een gebed; de oudste en meest bekende is de litanie van Alle Heiligen. 
LITURGIE  Het geheel van de kerkelijke eredienst. 
LITURGISCHE GEWADEN  Zie: albe, dalmatiek, kazuifel, koorkap, manipel, tuniek. 
LITURGISCHE KLEUREN  Zijn groen voor gewone (zon)dagen en als kleur van de hoop, wit voor de feesten van Christus, Maria en heilige niet-martelaren, rood voor Pinksteren en martelaren, paars voor boetedagen (Advent, vastentijd b.v.), zwart voor rouw en de Goede week, en roze voor de derde zondag van de advent en vierde zondag van de vasten
LOF  Namiddag- of avonddienst zonder eucharistieviering, wel met gebed en gezang ter ere van het tentoongestelde heilige sacrament. 

 
.terug naar boven

Sluit dit venster