A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V X Y Z

C 

CALENDARIUM  Lijst van alle kerkelijke feestdagen inclusief tabel ter vaststelling van de datum van de roerende feestdagen Pasen, Hemelvaart en Pinksteren. Deze feestdagen worden vastgesteld vanaft de datum waarop jaarlijks Pasen valt
CAMALDULENZERS Ook wel witte benedictijnen genoemd. Gesticht door Romuladis van Ravenna in 1012 (witte kledij)
CAMERLENGO  Kardinaal die de zorg heeft voor de administratie van goederen en rechten van het Vaticaan; een van zijn belangrijkste functies is het beheer van de kerk tijdens de periode na de dood van de paus
CANON  (1) vaste reeks misgebeden van prefatie tot Onze Vader;
(2) reeks als authentiek erkende bijbelboeken;
(3) reeks door de kerk erkende heiligen;
(4) vastgestelde regel(s) van een concilie. 
CANONISATIE  heiligverklaring
CANONIST  Kerkelijk jurist.
CANTICUM CANTICORUM  Hooglied. 
CAPUCE monnikskap
CARITAS  (1) christelijke naastenliefde;
(2) de organisatie daarvan. 
CARNAVAL  Van Latijn: carnem levare, het wegnemen van het vlees (komt dus etymologisch niet van carne vale, het vlees vaarwel): de vier dagen die aan de veertigdaagse vasten voorafgaan, of alleen de dinsdag vóór Aswoensdag; dagen van feestelijkheden, optochten, verkleedpartijen, enz
CATACOMBEN Ondergronds begraafplaats. Tijdens de Romeinse Christenvervolging werden de catacomben gebruikt om samen te komen. Beroemd zijn de catacomben van Callixtus in Rome.
CATECHEET  Persoon die godsdienstonderricht geeft. 
CATECHISMUS  Leer- en lesboek van de christelijke leer, vaak in vraag- en antwoordvorm. 
CATECHIST  Persoon die in missiegebieden als assistent van een missionaris optreedt en onder andere godsdienstonderricht geeft. 
CATECHUMEEN  doopleerling.
CATENA  Boeteketting. 
CATHEDRA  Latijn: zetel: in ex cathedra, vanaf de leerstoel, aanduiding van een pauselijke uitspraak met beroep op diens onfeilbaarheid.
CEFALOFOOR Afbeelding van een onthoofde heilige met het hoofd in de hand (joh de Doper, Dyonisius van parijs)
CELEBRANT  Voorganger in liturgische plechtigheid. 
CELIBAAT  Ongehuwde staat, voor priesters en kloosterlingen verplicht. 
CHAPELLE ARDANTE  rouwkapel met brandende kaarsen rond de kist. 
CHARISMA  Genadegave van de heilige Geest, gegeven voor de dienst aan anderen of voor de uitbreiding van Gods rijk op aarde. 
CHERUBIJNEN  engelen van het tweede koor, de ark des verbonds werd versierd met deze engelen. Zij worden ook wel beschermers genoemd.
CHRISMA  Olie die op Witte Donderdag door een bisschop wordt gewijd voor de zalving bij doopsel en vormsel, ook gebruikt bij de wijding van een kerkgebouw, kerkklok, altaar, miskelk, e.d. De olie voor het heilig oliesel (ziekenzaving) wordt niet gewijd, maar gezegend. 
CHRISTOFFEL  Grieks: Christophoros, Christusdrager, en zo ook Christofoor: populaire legendarische heilige van wie het verhaal gaat dat hij pelgrims op zijn sterke schouders de rivier overdroeg, tot een kind (het Jezuskind) hem bijna te zwaar werd omdat het de last van de hele wereld droeg. Patroon van veilig verkeer, met name van bestuurders van motorvoertuigen, Vgl. Sint Christoffelmedaille, Sint Christoffelbeeldje, enz. 
CHRISTUSMONOGRAM  De twee Griekse beginletters van Christus' naam, namelijk de CH (geschreven X) en de R (geschreven P), als monogram dooreen afgebeeld
CIBORIE  Gewijde vergulde of gouden beker met deksel voor het bewaren van geconsacreerde hosties. 
CLAUSUUR  Besloten gedeelte van een klooster, slot waar personen van het andere geslacht niet zonder geldige reden naar binnen mogen gaan en dat de kloosterlingen niet zonder verlof van de overste mogen verlaten. 
CLERGYMAN  Priesterkostuum van donkere stof met witte ronde boord en zwart front daaronder. 
CLERUS  Verzamelnaam van alle clerici, te weten zij die in de katholieke kerk een wijding hebben ontvangen en bij een bisdom of een kloostergemeenschap horen. 
COADJUTOR  Bisschop, die vicaris (assistent) van een residerend bisschop, soms met recht van opvolging. 
CODEX  Volledig: Codex Iuris Canonici): wetboek van de katholieke kerk.
COLLAAR  Ronde priesterboord.
COMMUNE SANCTORUM  Latijn: het gemeenschappelijke der heiligen: vaste reeks gebeden op feestdagen van heiligen.
COMMUNIE  Nuttiging van geconsacreerd brood, soms ook wijn, aan een daartoe bestemde knielbank (communiebank) tijdens een eucharistieviering; bij uitzondering ook daarbuiten, bijvoorbeeld de ziekencommunie. Rond zeven jaar ontvangen kinderen de Eerste Communie; rond het twaalfde levensjaar wordt soms ook de Plechtige Communie gevierd met hernieuwing van de doopbeloften. 
Zie: doopsel, eucharistie, mis, nuchter blijven, paasplicht, plechtige geloften, postcommunio, tafel des Heren, heilige tafel, teerspijze, vijf geboden der heilige kerk. 
COMPLETEN  Zie: getijden. 
CONCEPTIO IMMACULATA  onbevlekte ontvangenis.
CONCILIE  Plechtige vergadering van de hele kerk (algemeen) of van een kerkprovincie (provinciaal). 
CONCLAAF  (1) besloten verblijf binnen het Vaticaan;
(2) de kardinalen bijeen voor de pauskeuze. 
CONCORDAAT  Verdrag tussen de katholieke kerk en een staat. 
CONGREGATIE  (1) religieuze kloostergemeenschap met alleen eenvoudige (tijdelijke, daarna eeuwige) geloften (in tegenstelling tot een orde, die plechtige geloften kent);
(2) (Maria-)congregatie, kerkelijk goedgekeurde vereniging van leken met als doel speciale verering van Maria;
(3) bestuurslichaam van het Vaticaan, te vergelijken met een ministerie. 
Zie ook: derde orde, eenvoudige geloften, exempt, frater, kapittel, regulieren, scholasticaat, seculier. 
CONSECRATIE  Latijn: toewijding: (1) eucharistische wijding van brood en wijn tot het Lichaam en Bloed van Christus; (2) aan een bisschop voorbehouden wijding van persoon of zaak. 
CONTEMPLATIEF  Latijn: beschouwend: gezegd van een kloostergemeenschap die zich vrijwel alleen richt op gebed en weinig of geen direct apostolaat uitoefent.
CONVENT  (1) samenkomst van stemgerechtigde leden van een kloostergemeenschap;
(2) huis van vrouwelijke religieuzen of begijnen.
CONVICT  Huis waar meerdere (toekomstige) priesters zonder kloostergeloften samenleven.
CORPORALE  Uitvouwbare linnen doek waarop tijdens de eucharistieviering kelk, hostie en eventueel ciborie(s) worden geplaatst. 
Zie: eucharistie
CORPUS CHRISTI  Latijn: het Lichaam van Christus: het heilig sacrament. 
CREDENS  Tafel naast het altaar met benodigdheden voor de eucharistieviering.
CREDO  Latijn: ik geloof; eerste woord van de geloofsbelijdenis. 
CRUCIFIX  Kruisbeeld met corpus. 
CRYPTE  Onderaardse ruimte onder het hoofdaltaar, soms met graftombe
CUM LICENTIA SUPERIORUM  Zie: imprimatur
CURIE  Ambtelijk bestuursapparaat ten dienst van paus of bisschop

terug naar boven

Sluit dit venster